Bezuinigen negatief voor de Museumkaart...

16 februari 2007

Op het eerste gezicht lijkt er niet veel nieuws onder de zon. Net als in de verkiezingsprogramma’s is de aandacht van de coalitiepartners voor kunst en cultuur summier. Musea worden geacht (meer) aandacht te besteden aan cultuurparticipatie en –educatie. Ook algemene beleidslijnen van het vorige Kabinet over het terugdringen van “regeldruk” en het versoepelen van vergunningen voor bedrijven (c.q. musea) worden gecontinueerd. Het venijn zit 'm echter in de korting van € 50 miljoen die producerende instellingen en fondsen krijgen opgelegd.

De korting wordt gehaald uit het "profijtbeginsel cultuur". Het profijtbeginsel betekent dat de gebruiker betaalt. Dit heeft direct effect op de inkomsten aan de kassa van de musea. De gedachte is namelijk dat hogere inkomensgroepen meer zouden profiteren van kunst en cultuur dan de lagere inkomensgroepen (PvdA-standpunt). Het museumkaartje zal dus duurder worden. En dit heeft tot gevolg dat er minder bezoekers naar musea gaan. D66 heeft hiertegen fel geprotesteerd. Zie voor meer informatie: www.kunsten92.nl.

Eén en ander kan negatieve consequenties hebben voor de Museumkaart (MK). Als de entree-kaartjes duurder worden, wordt de MK onbetaalbaar. De musea ontvangen immers een percentage van elk kaartje dat aan een Museumkaarthouder wordt verkocht. Als de MK hogere vergoedingen moet uitkeren, stijgt de verkoopprijs van de MK. Daardoor wordt het voor het publiek minder aantrekkelijk een MK te kopen. En dat is weer in strijd met de wens van het nieuwe kabinet om cultuur meer toegankelijk te maken voor mensen met een smalle beurs.