... maar er is meer geld voor cultuureducatie- en participatie
16 februari 2007
De letterlijke tekst over cultuurparticipatie en -educatie uit het regeerakkoord:1. Kunst en cultuur verbinden mensen, laten nieuwe inspirerende perspectieven zien, kunnen ontroeren en verwonderen en ons een spiegel voorhouden. Cultuurbeleid draagt bij aan sociale samenhang en aan een vitale economie. Een rijk cultureel leven is een bron van creativiteit en versterkt het internationale vestigingsklimaat. Het is essentieel bij het creëren van trots en gemeenschapsgevoel in onze samenleving.
Daarom is het van belang om in ons Koninkrijk een divers kunstaanbod te hebben en een divers publiek te bereiken.
2. Cultuurparticipatie zal actief worden gestimuleerd. Er zal speciale aandacht worden besteed aan de vraag hoe een breder en meer divers publiek, waaronder jongeren en allochtonen, in aanraking kan komen met het cultuuraanbod, in het bijzonder musea.
3. Cultuureducatie blijft de komende jaren een prominente plaats innemen in het onderwijs- en kunstbeleid. Zij brengt jongeren in contact met onderliggende waarden in de samenleving, historische lijnen en leert ze om kunst te waarderen en te beoordelen.
4. Amateurkunst en volkscultuur worden gestimuleerd. De overheid draagt daadwerkelijk zorg voor behoud van (religieus-)cultureel erfgoed. De uitwerking van de BRIM-regeling (Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten) wordt in dit licht geëvalueerd.
(Bron: Tekst Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie, 7 februari 2007.
