Consequenties van rijksbezuinigingen voor alle musea – redactioneel commentaar

01 mei 2011

Noodgedwongen keuzen
Vrijdag verscheen het lang verwachte advies van de Raad voor Cultuur over de voorgenomen bezuinigingen van staatssecretaris H. Zijlstra. De titel van het advies luidt: ‘Advies bezuiniging cultuur 2013-2016. Noodgedwongen keuzen’. De raad geeft in het advies een invulling voor de korting van € 125 miljoen op kunst en cultuur in de periode 2013 t/m 2016. De Raad wil die bezuinigingen gefaseerd invoeren. Zijlstra heeft zelf al € 75 miljoen gevonden, onder andere door de nieuwbouw van het Nationaal Historisch Museum te schrappen.

Kaalslag
In 2015 zou 20% van de totale bezuiniging van € 250.000 afkomstig zijn van kortingen bij de rijksgesubsidieerde musea (ruim € 25 miljoen). Ook de koepelorganisaties en ondersteunende instellingen krijgen het zwaar te verduren. Erfgoed Nederland wordt zelfs geheel wegbezuinigd. Dan zijn er nog de kortingen op het Mondriaan Fonds (fusie van Mondriaan Stichting en Fonds Voor Beeldende Kunst vanaf 1 juli), de Premsela Stichting en Digitaal Erfgoed Nederland. Daardoor zullen de effecten niet tot de rijksinstellingen beperkt blijven, maar hun weerslag hebben op alle musea en creatieve industrie in Nederland. Een absolute kaalslag zal het gevolg zijn, die duizenden banen in de kunst- en cultuursector zal kosten.

Musea hielden de adem in
Vorig jaar leken de rijksmusea de dans nog te ontspringen. Het nieuwe kabinet had aangegeven niet op cultureel erfgoed te willen bezuinigen. De bezuiniging van € 200 miljoen zou vooral bij de podiumkunsten en kunstenaars weggehaald worden. De musea hielden de adem in en wachtten af. Onverstandig, zo blijkt nu. De podia organiseerden zich en protesteerden fel tegen de ongelijke en onevenwichtige afwenteling van de bezuiniging op hun sector. Ook de BTW-verhoging van 6% naar 19% op entreekaarten bij theaters leverde felle protesten op. De Raad voor Cultuur vindt dat het besluit teruggedraaid moet worden omdat de uitwerking van deze maatregel zal resulteren in minder verkoop van de duurdere kaartjes.

Tafel van Zes
De musea hielden dus de adem in, organiseerden zich niet, toonden weinig solidariteit met de gemeentelijke musea die in de vuurlinie als eersten hun poorten moesten sluiten zoals het Scryption in Tilburg en het Onderwijsmuseum in Rotterdam. De Nederlandse Museumvereniging sloot zich aan bij de Tafel van Zes en was medeondertekenaar van het ongevraagde beleidsstuk ‘Minder waar het kan, beter waar het moet. Pleidooi voor een andere rol van de overheid’ (Amsterdam, maart 2011). Daarin kreeg staatssecretaris Zijlstra de nodige bouwstenen aangereikt in zijn – door de PVV aangewakkerde - kruistocht tegen ‘elitaire’ kunst en cultuur.

Taken verschuiven naar lagere overheden
Het stuk van de Tafel van Zes was een aanval op de Basisinfrastructuur waar de rijksmusea onder vallen. Zo houdt de Tafel van Zes een pleidooi om locale en provinciale overheden mee te laten betalen aan instellingen ‘van uitzonderlijk belang en onomstreden meerwaarde’. Dat klinkt logisch en eenvoudig, maar dat is het niet. Lagere overheden worden enorm gekort en 49 % van de Nederlandse gemeenten bezuinigt dit jaar al op de eigen culturele instellingen. Hoe reëel is het dan om te denken dat ze de rijksmusea gaan meefinancieren? Helemaal niet dus.

Uitgeklede Basisinfrastructuur
En daar komt nu het rapport van de Raad voor Cultuur overheen. De Raad wil terug van 200 naar 50 culturele instellingen die langdurig (dat wil zeggen langer van vier jaar) gefinancierd worden binnen de Basisinfrastructuur van het rijk. Voor meerjarige subsidies worden de fondsen het nieuwe loket. In de nieuwe infrastructuur moeten instellingen voldoen aan beoordelingscriteria als kwaliteit, publiek, ondernemerschap, educatie, experiment en culturele verscheidenheid.

Bestelwijziging
De Raad pleit voor een Bestelwijziging waardoor meer samenhang moet ontstaan tussen de verschillende bestuurslagen (lees: Rijk, Provincie en Gemeenten) en tussen middelgrote en kleine musea. De Raad gaat een onderzoek doen en advies uitbrengen over deze Bestelwijziging en daarover in december rapporteren. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de rijkscollecties en de verantwoordelijkheid van de overheid daarvoor. Bovendien wil men een betere bedrijfsvoering en efficiency bereiken door meer samenwerking tussen de VRM-musea onderling en met de andere musea in het land. Regionaal moeten musea worden aangewezen die de functie van moedermuseum gaan vervullen. Ook moeten musea hun actieradius vergroten door meer inkomsten te verwerven (nu al 17,5 % van de totale omzet), mecenaat te ontwikkelen en publiek-private samenwerkingsmodellen uit te werken.

Donateurs haken af bij terugtredende overheid
De Raad vergeet hierbij één heel erg Nederlands principe: mecenassen geven alleen geld aan instellingen die goed functioneren en succesvol zijn. Als men het gevoel heeft dat men het financiële gat moet vullen dat door een terugtredende overheid ontstaat, haakt een potentiële sponsor of donateur al snel af.

Efficiency
De Raad is ook van mening dat besparing bij de musea mogelijk is door efficiëntere samenwerking onder andere door front-office en back-office integratie. De huisvestingslasten en exploitatiekosten voor de collecties (de kern van het museum) blijven voorlopig ongemoeid. De klappen vallen echter bij de budgetten voor de vaste presentaties en de tentoonstellingen van musea.

Wetenschappelijke kerninstellingen
Wat betreft de wetenschappelijke functie van musea, die toch ook tot één van de kerntaken van alle musea hoort en bij bezuinigingen van het afgelopen decennium al aardig is afgekalfd, heeft de Raad om onbegrijpelijke redenen een select gezelschap van zes musea (Letterkundig Museum, Museum voor Volkenkunde, Rijksmuseum van Oudheden, Rijksmuseum, Naturalis, het Catharijneconvent) en het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (van de in totaal 30 instellingen) uitgekozen die als ‘wetenschappelijke kerninstellingen’ worden aangemerkt. Hoe zit het dan met onderzoek in gerespecteerde kunstmusea als het Mauritshuis, Van Goghmuseum of Kröller-Müller? Of bij cultuurhistorische musea als het Openluchtmuseum en Zuiderzeemuseum?
De lijst van wetenschappelijke kerninstellingen lijkt een zeer willekeurige lijst, waarmee het toch al getergde veld stevig tegen elkaar wordt uitgespeeld.

Lastige taak voor VRM
Het wordt een zeer moeilijke taak voor de Vereniging van Rijksgesubsidieerde Musea (VRM) om de groep van dertig bij elkaar te houden en de gezamenlijke belangen te blijven behartigen. Helemaal als men zich realiseert dat het advies mede ondertekend is door één van de rijksmuseumcollega's, Lejo Schenk, directeur van het Tropenmuseum in Amsterdam, die voorzitter is van de museumcommissie van de Raad voor Cultuur. Dit advies zal hem binnen eigen kring weinig vrienden opleveren.

Alle musea raken geamputeerd
Als conclusie onderschrijven we de uitspraak met Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes in de NRC van zaterdag 30 april j.l. waarin hij zegt dat alle voormalige rijksmusea een been wordt afgehakt. Daar willen we aan toevoegen dat alle Nederlandse musea geamputeerd raken door de bezuinigingen van de lagere overheden en terugval van inkomsten uit bijvoorbeeld subsidies van het Mondriaan Fonds (waarvan de Raad voor Cultuur vindt dat de selectiecriteria voor aanvragen moeten worden aangescherpt; een fonds dat bovendien minder geld te besteden zal hebben). Voor de museumsector zal het een zeer onrustige tijd worden…

Marie Christine van der Sman

U kunt reageren op dit artikel via: info@museumservice.nl