Zijlstra neemt toch de korte bocht
27 maart 2011
Woensdag is de meerderheid van Tweede Kamer akkoord gegaan met de versnelde
stelselwijziging voor cultuur, zoals voorgesteld door staatssecretaris Zijlstra.
Dat betekent dat alle instellingen alsnog eind december 2011 hun aanvraag voor de
volgende periode moeten hebben ingediend en dat de nieuwe cultuurnotaperiode in 2013
in gaat. De 150 miljoen euro aan bezuinigingen die de staatssecretaris daardoor een
jaar eerder dan gepland doorvoert, zullen worden gereserveerd voor frictiekosten.
De staatssecretaris wil de stelselwijziging dus eerder en bij ministeriële regeling
doorvoeren. Dat betekent dat het nieuwe stelsel zal zijn ingegaan voordat het
wetgevingstraject is afgerond. De kans is nu groot dat de Eerste Kamer pas over het
wetsvoorstel zal discussiëren als het in feite al is geïmplementeerd. Daarmee wordt
niet voldaan aan de bij wetswijziging vereiste zorgvuldigheid. Het risico dat met de
overhaaste implementatie van het nieuwe stelsel, gekoppeld aan het teruglopen van de
financiën, onherstelbare schade aan de culturele infrastructuur wordt aangebracht is
te groot. Democratische controle ontbreekt dan.
Tijdens het debat gisteren in de Tweede Kamer heeft Boris van der Ham (D66) de
staatssecretaris gevraagd te onderzoeken of de ministeriële regeling aan de Raad van
State kan worden voorgelegd.
Opmerkelijk aan deze versnelde invoering van de stelselwijziging is overigens dat de
staatssecretaris het jaar 2013 eerst als overgangsjaar wilde gebruiken. Tijdens het
eerdere Tweede Kamerdebat van afgelopen december (13 dec) stelde hij immers nog:
"Er is gekozen voor 2013 als overgangsjaar omdat ik het traject netjes wil aflopen.
Anders moet ik ergens korte bochten gaan maken en gaan we bijvoorbeeld de advisering
en de inspraak van de instellingen en de culturele sector zelf enorm inkorten,
hetgeen mijns inziens de zorgvuldigheid van het proces absoluut niet ten goede komt.
Het feit dat 2013 een overgangsjaar wordt, heeft ook effect voor de lokale
overheden.
En daar zit voor mij tevens een kleine verbazing. Ik las in een brief die ik van de
G9 heb ontvangen, dat ze liever hebben dat ik het sneller doe.
Maar dat betekent wel dat ik dan een jaar eerder 150 mln. op het budget ga bezuinigen.
Nog even los ervan dat dit wetstechnisch niet zo handig is, lijkt mij dat toch ook
niet de bedoeling van het geheel. Wij hebben juist gekozen voor het traject 50 mln.
in 2012 en 2013. Die jaren blijft het bedrag gelijk.
Daar doen wij op 1 januari 2014 150 mln. bovenop. Dat is naar de mening van het
kabinet de enige manier om met de instellingen, de culturele sector, de maatschappij
en de Tweede en Eerste Kamer dit traject zorgvuldig te doorlopen. Dat dit dan aan
het eind consequenties zal hebben en er dan minder instellingen zijn dan nu, daar ga
ik niet voor weglopen, want dat zal een gegeven zijn".
Hoewel het naar voren halen van de wijziging naar 2013 (en dat jaar dus niet als
overgangsjaar gebruiken) voor een aantal kunstinstellingen wel sneller duidelijkheid
verschaft, blijft het een groot probleem voor veel instellingen dat zij al aan het
eind van dit jaar hun plannen rond moeten hebben. Dit in een tijd waarin zij
nauwelijks hun strategie kunnen bepalen inzake bijvoorbeeld samenwerkingen of fusies
(want het is niet duidelijk welke instellingen het zullen overleven). Maar ook
krijgen zij dan niet genoeg tijd om alternatieve financieringsbronnen aan te boren.
Voor meer informatie: www.kunsten92.nl
