Afzakkertjes (14)
25 februari 2011
Observaties vanaf de zijlijn door drs. K. Bouter
Goed zo, Hans!
In een eerdere column heb ik ooit heel negatief gedaan over de beroemde kunstcommentator Hans den Hartog Jager. Dat kwam omdat hij in een kunstprogramma van de Avro (waarover straks meer) kinderen iedere keer tenenkrommende vragen stelt over kunst, maar vooral omdat hij voortdurend kritiekloos meehuilt in het conceptuele kunstkoor dat mede verantwoordelijk is voor de stagnatie in de Nederlandse moderne kunst.
Maar er is hoop. Onlangs besprak Den Hartog Jager in NRC Handelsblad de thans lopende tentoonstelling in het Van Gogh Museum te Amsterdam over Picasso. En daar bleef niet veel van over. Niet dat hij Picasso afkraakte, gelukkig niet, maar wel de manier waarop het Van Gogh deze blockbuster had aangekondigd en vervolgens ingericht. Van de hoog gespannen verwachtingen die gewekt waren blijft inderdaad vrijwel niets over. Terecht stelt de recensent vast dat dit museum, dat vrijwel niets hoeft te doen om bezoekers binnen te halen, zich hier laat zien op een manier die doet twijfelen aan de professionaliteit van degenen die voor deze expositie verantwoordelijk zijn. Gemakzucht lijkt hier plaats te hebben gemaakt voor inzet en passie. Geld genoeg, maar werken ho maar. In de bespreking worden vooral werken van Picasso afgebeeld die niet in de tentoonstelling te zien zijn. Op deze manier wordt pijnlijk duidelijk hoe de samenstellers naast hun doel hebben geschoten. Maar niet Den Hartog Jager. Hij raakt precies de kern van het probleem: wat moeten de kleinere musea die nauwelijks over financiële middelen beschikken nu nog? Als die een waardeloze tentoonstelling maken komt er vervolgens niemand meer. Maar als je de naam Van Gogh voert en je zit in Amsterdam dan maakt het allemaal niet uit. De mensen komen toch wel, dus waarom zou jij je druk maken? Ze gaan er bij het Van Gogh kennelijk van uit dat de gemiddelde bezoeker niets weet. Wat een walgelijke arrogantie en minachting van publiek dat overigens wel moet zorgen voor de inkomsten.
Het is een verschijnsel dat zich vaker voordoet. Hoe belangrijker iemand geworden is, hoe minder het uitmaakt wat hij of zij doet. Hoe hoger u in de boom zit, hoe minder u zich zorgen hoeft te maken over mogelijke missers. U zit hoog, dus u kunt niet stuk. Leuk hè?
De Avro
Alles bij elkaar genomen is de Avro eigenlijk de enige omroep die een poging doet om kunst wat ‘dichter bij de mensen te brengen’ zoals ze het zelf noemt. Even afgezien van dat laatste statement is zo’n intentie op zichzelf lofwaardig. Hoe kan het dan dat, als ik naar die programma’s kijk, ik steeds meer het gevoel krijg dat er iets niet in orde is?
Het begint al met het programma ‘Tussen Kunst en Kitsch’. Eerst dacht ik: leuk, je ziet allerlei dingen en misschien steek ik er nog wat van op ook. Maar het gaat ‘de mensen’ alleen maar om wat het object waard is in euro’s. Dat wordt nog eens extra benadrukt door de presentatrice van het programma, mevrouw Van der Krogt. Zelden heb ik iemand gezien die haar domheid zo schaamteloos weet te etaleren. Het toppunt is dat op het moment dat er bijvoorbeeld archeologische artefacten op tafel komen, niemand zich afvraagt of degene die ze aanbrengt dat wel op legale wijze heeft verkregen. Ik heb talloze voorwerpen voorbij zien komen die naar mijn opvatting thuis horen bij een archeologische dienst. Niemand bij de Avro die zich daar druk om maakt. Het gaat alleen maar om wat het op de markt opbrengt. En dat terwijl ‘de mensen’ wel degelijk geïnteresseerd zijn in bijvoorbeeld de historische achtergrond van een voorwerp. Maar educatie is natuurlijk een vies woord.
Dan het programma Kunstuur. Daarin doen Hans den Hartog Jager en Valentijn Bijvanck hun uiterste best om er voor te zorgen dat precies die kunst in beeld komt waarvan ‘de mensen’, waar de kunst volgens de Avro naar toe moet, in koor zullen uitroepen: als dat kunst is, hoeft het van mij niet. De beide heren doen ook geen enkele poging om duidelijk te maken waarom het getoonde de moeite waard is. In een jargon dat niet onderdoet voor de onsamenhangende taalbrei waarvan een bedwelmde zich bedient, ventileren zij hun private opvattingen over maaksels waar verder niemand toegang toe krijgt. Is het dan verwonderlijk dat er bezuinigd wordt? Waarom is het zo moeilijk om kritiek te formuleren op kunst? Er wordt helaas veel slechte kunst gemaakt in Nederland en het wordt tijd dat daarover gedebatteerd wordt. De Avro moet daarmee beginnen.
Drs. K. Bouter is gepensioneerd kunsthistoricus en een regelmatig bezoeker van het Picasso Museum in Parijs.
