Musea en de verkiezingen

19 mei 2010

Op 9 juni gaan we weer naar de stembus. Voor musea breekt een spannende tijd aan, met alle bezuinigingen die in het vooruitzicht worden gesteld. De vraag is: bij welke partij is ons museale erfgoed het meest veilig? MuseumService zet de standpunten uit de verkiezingsprogramma’s op een rij. D66 is koploper.

D66 besteedt van alle partijen het meeste aandacht aan kunst en cultuur.
D66 staat uitgebreid stil bij het feit dat kunst geld kost: “ondanks het bestaan van private geldstromen vormen subsidies nog altijd de ruggengraat van veel initiatieven en instellingen. Dat is nodig om een breed aanbod te houden en verschraling te voorkomen. En om kunst en cultuur ook voor lagere inkomensgroepen toegankelijk te houden.”
D66 wil dat in alle maatschappelijke lagen wordt geïnvesteerd in kunst en cultuur: “Het in stand houden van een culturele infrastructuur is een taak van zowel burgers, bedrijven en overheid. Wat van grote waarde is, maar economisch niet rendabel, kan door de overheid worden gesteund met subsidies, leningen en investeringen.”

Specifiek op musea gericht zijn de volgende beleidspunten:
-“D66 is van mening dat er sprake moet zijn van een helder selectiebeleid voor ons cultureel erfgoed. Industrieel en naoorlogs cultureel erfgoed verdient meer aandacht.”
-“D66 wil dat de overheid zich garant stelt voor de niet-verzekerde uitlening van museale objecten. Door een zogenoemde indemniteitsregeling wordt het makkelijk voor musea om collecties uit te lenen en zelf tentoonstellingen te organiseren. Dit werkt als een stimulans voor de (internationale) uitwisseling van kunst en kennis en zelfs ook voor de marketing van Nederland en Nederlandse kunstenaars. Een uitwisseling van kunstwerken en erfgoed draagt bij aan een (culturele) integratie van EU-lidstaten.”
-“Er moet een landelijk toegankelijk (digitaal) register komen voor gestolen kunst en antiek. In aansluiting op de internationale registers moet het voor particulieren, handelaren, houders van collecties en politie en justitie beter mogelijk worden om gestolen objecten terug te vinden en misdrijven op te lossen”.

Bij het CDA ligt de nadruk op cultuurparticipatie en amateurkunst. In een paragraaf over cultuur wordt gezegd dat jongeren via cultuurgeschiedenis in het onderwijs “in verbinding worden gebracht met vragen van zingeving, met dieptelagen van onze cultuur en met de onderliggende waarden van onze samenleving. Het nieuwe Nationaal Historisch Museum zal hieraan, in samenwerking met het Nationaal Openlucht Museum, een belangrijke bijdrage kunnen leveren.” Verder wordt er niets over musea vermeld.

De SP is tegen bezuinigingen omdat kunst en cultuur in crisistijd "nieuwe hoop brengen." Creativiteit stimuleert mensen om zichzelf te blijven ontwikkelen. Dat kan bijvoorbeeld in musea. De SP hecht – zoals bekend – ook waarde aan de oprichting van een Nationaal Historisch Museum: “Binnenkort kan daardoor iedereen die dat wil, daar het verhaal van onze gezamenlijke geschiedenis zien, beleven en overdenken.” Verder formuleert de SP een paar concrete voorstellen, - en gaat daarbij totaal voorbij aan de discussie die daarover de afgelopen jaren o.a. binnen de NMV en VRM gevoerd is: "De toegang tot rijksmusea wordt gratis. Andere musea horen minstens één dag per week gratis toegankelijk te zijn."

In het verkiezingsprogramma van GroenLinks worden musea niet specifiek genoemd. Wel wordt een aantal punten aangekaart met betrekking tot de gehele kunstensector. De nadruk ligt bij GroenLinks op ondersteuning van kunst- en cultuureducatie en amateurkunst, met als motto dat "meer mensen de kans moeten krijgen om van kunst te leren genieten."
Daarnaast pleit GroenLinks voor meer onafhankelijkheid van de kunstraden die adviseren over kunstsubsidies; tegelijkertijd wil men een meer transparant beleid van de fondsen. Ook houdt GroenLinks een pleidooi voor het gebruik van open standaarden en open source software bij publieke instellingen.

Ook de ChristenUnie wil deelname aan kunst en cultuur in de samenleving stimuleren, onder andere via cultuureducatie en kunst in de openbare ruimte. Maar de ChristenUnie voegt hier wel aan toe: “maar de openbare ruimte is geen uitbreiding van de beschikbare expositieruimte voor vernieuwende kunst, die door een elitaire kunstcommissie mag worden ingevuld zonder verantwoording te hoeven afleggen aan de bevolking (…).Kunst die aansluiting probeert te zoeken met het publiek of de historie wordt nog te vaak veronachtzaamd.”
Net als GroenLinks besteedt de ChristenUnie aandacht aan de ‘transparantie’ van fondsen: “de criteria voor het verlenen van subsidie behoren helder te zijn en geregeld te worden geëvalueerd.”

De kunst- en cultuurparagraaf van de PvdA is erg summier. De PvdA kiest in zijn cultuurbeleid tegelijkertijd voor internationale excellentie als voor brede toegankelijkheid. De nadruk in het programma ligt op educatie: “Van groep 1 tot het examenjaar van de middelbare school moeten kunst en cultuur in het onderwijs worden ingebed.”
Ook bij de PvdA is aandacht voor het Nationaal Historisch Museum: “Het Nationaal Historisch Museum in Arnhem zal de geschiedenis van ons land op eigentijdse wijze presenteren aan een breed publiek.” Om vervolgens te concluderen: “van culturele instellingen wordt verwacht dat ze actief een eigen publiek zoeken, en nieuwe groepen interesseren voor wat ze te bieden hebben; instellingen die meer eigen inkomsten verwerven hebben recht op beloning.” De PvdA pleit daarmee impliciet voor een voortzetting van het huidige beleid.

Trots op Nederland wijdt één korte tekst aan ‘musea, monumenten en archieven’: “Dit is ons nationale erfgoed en wordt door de overheid in stand gehouden, maar wel met particulier initiatief. Er worden slechts aanvullende subsidies gegeven. Als er geen particulier initiatief is voor instandhouding dan gaat de overheid dat ook niet doen.” Klare taal.

De VVD wil kunst en cultuur ‘teruggeven aan de samenleving’ [lees:bezuinigen]: “De VVD bepleit daarom een grotere rol voor verzamelaars, mecenassen, sponsors, stichtingen en fondsen in de kunstsector. Met een ‘Geefwet’ worden bestaande fiscale mogelijkheden samengebracht waarmee extra privaat kapitaal vrijkomt voor de cultuursector. Culturele instellingen moeten een groter deel van hun inkomen zelf verwerven. Subsidies worden in toenemende mate vervangen door leningen met lage rentes via publiekprivate fondsen.” Ook wil de VVD het aantal overheidsambtenaren met cultuur in z’n portefeuille drastisch verminderen.

Tot slot: de PVV besteedt geen aandacht aan kunst en cultuur in haar verkiezingsprogramma. Op de vraag van MuseumService aan Geert Wilders of cultureel erfgoed bij de PVV in veilige handen is, hebben wij geen antwoord gekregen.

Marie Christine van der Sman