Afzakkertjes (9)
21 maart 2010
Observaties vanaf de zijlijn door drs. K. Bouter
Kunst uit de hoofdstad
In Amsterdam gebeurt het. Dat bleek onlangs opnieuw toen de pas benoemde directeur van het Stedelijk Museum de gelegenheid aangreep om te laten zien dat zij ook een mening heeft. Een onder de vorige leiding aangetrokken ontwerper van naam en faam, inmiddels met een heel team van mensen al een jaar bezig met het ontwerpen en uitwerken van een nieuwe huisstijl, werd van het ene moment op het andere door de directeur de laan uitgestuurd. Je vraagt je dan af wat daar in hemelsnaam gebeurd is. Welke fout heeft de ontwerper gemaakt? Waar heeft de directeur hem op betrapt? Heeft hij haar onheus bejegend of een oneerbaar voorstel gedaan? Dat laatste moet het wel zijn, anders gebeurt zoiets niet. Het kan niet gaan om een inhoudelijk meningsverschil over de geest van de nieuwe huisstijl voor het Stedelijk, want die is helemaal in orde. De vorige directeur heeft al verklaard dat de ontwerper de opdracht had gekregen iets te verzinnen dat “de geest van Sandberg” ademt, dus dat zit echt goed. We begrijpen ook allemaal waarom het Stedelijk zolang dicht moet. En waarom er zolang niets gebeurt in de hoofdstad als het om moderne kunst gaat. Het wachten was natuurlijk op die ontwerper, die moet natuurlijk eerst klaar zijn voordat je iets kan doen. Geduld is een schone zaak.
Maar nu is daar ineens die nieuwe flitsende directeur, rechtstreeks ingevlogen vanuit Amerika, het land waar het allemaal gebeurt. Ook een land waar het tempo kennelijk wat hoger ligt, want het duurde haar te lang. Weg dus met die ontwerper. En de Raad van Toezicht schaart zich opnieuw achter de directeur. Kan ook moeilijk anders, want dezelfde club had haar ook met veel aplomb binnengehaald. Maar is het niet een beetje raar als je eerst akkoord gaat met een idee en dat een jaar later gewoon laat vallen als een baksteen, inclusief alle mensen die daar op dat moment aan werken? Welke ontwerper wil nu nog voor het Stedelijk werken? Hoe lang gaat het nu nog duren? Misschien gaat straks de aannemer failliet en wat doet onze snelle directeur uit Amerika dan?
De voorzitter van de Raad van Toezicht van het Stedelijk heeft verklaard dat de nieuwe directeur uiteraard de gelegenheid moet krijgen haar stempel op het museum te drukken. Als het in de directiekamer van het Stedelijk niet over de inhoud gaat, en dat hebben we al vastgesteld, dan vraag ik mij af wat hier nu weer achter steekt. Altijd fijn als je bestuur zo dicht achter je staat.
Politieke cultuur
Het is een tijd om waakzaam te zijn. De ene na de andere politicus verlaat het politieke toneel en ondanks het feit dat de argumenten om te vertrekken van een ontroerende eenvoud zijn, maakt het mij wantrouwend. Want ik denk dat deze ex-politici helemaal niet thuis op de kinderen gaan passen, de was gaan doen, strijken, de douche en toiletten schoonmaken, boodschappen halen, en de plantjes gaan verzorgen. De werkelijkheid is dat ze straks allemaal terugkeren in de talrijke raden van toezicht die wij in het kader van de zo geprezen verzelfstandiging van de musea in het leven geroepen hebben. Mijn stelling is dat musea niets aan gewezen politici hebben.
Het lijkt aanlokkelijk: een ex-politicus. Van zo iemand wordt altijd gezegd dat hij of zij over een ‘netwerk’ beschikt, over ‘contacten’. Het zijn mensen die weten ‘hoe de hazen lopen’. Prachtige uitdrukking eigenlijk. Zelf heb ik eerder de indruk dat ze goed weten hoe de ratten rennen, maar dat is natuurlijk weer flauw om te zeggen. Vast staat dat de contacten er zijn, maar wel in Den Haag, op het Binnenhof, met ambtenaren van ministeries. Daarbuiten houdt het snel op. Met het ‘veld’ zijn de contacten een stuk minder.
Dat laatste is niet zo verwonderlijk. In de politiek gaat het namelijk niet over de inhoud, maar om het spel. Natuurlijk zeggen politici dat het altijd over de inhoud gaat, maar dat is echt een misvatting. Je moet namelijk in de politiek winnen, anders tel je niet mee. Dan zijn het procedures waar het om gaat. Niet het standpunt zelf, maar de weg er naar toe is van belang. Niet de inhoud, maar de vorm. Niet zozeer de uitkomst van het debat, maar de manier waarop je het gevoerd hebt.
Musea zijn gebaat bij leden in raden van toezicht die zowel over goede, voor het museum relevante contacten beschikken, als over enige inhoudelijk kennis of affiniteit met de inhoudelijke aspecten van het museum. Bij dat laatste gaat het naast kunsthistorische, cultuurhistorische of etnografische kennis of affiniteit, ook om inzicht in museaal management en de lokale en regionale economische spin off die een museum heeft.
Als het leger ex-politici zich bij de museumpoort gaat melden, dan lijkt het erop dat in veel raden van toezicht een politieke cultuur gaat ontstaan waar musea niet bij gebaat zijn. Ook omdat vele gegadigden dit erebaantje alleen maar gebruiken voor het opleuken van hun curriculum vitae. Om met behulp daarvan weer verder op de maatschappelijke ladder te springen en het museum in verwarring achter zich te laten. Vorm dus, geen inhoud.
Drs. K. Bouter is gepensioneerd kunsthistoricus.
