Afzakkertjes, aflevering 7

21 november 2009

Observaties vanaf de zijlijn door drs. K. Bouter

Kunstpolitiek (2).
Onlangs is de cultuurbegroting in de Tweede Kamer behandeld. Bij het lezen van de uitspraken die politici in dat kader doen, bekruipt mij iedere keer het onaangename gevoel dat hier iets heel erg mis is. De minister heeft op Prinsjesdag bezuinigingen aangekondigd op de kunsten en dat is op zichzelf niets bijzonders, want dat gebeurt al jaren. En zeker als het tij financieel niet mee zit, moet iedere sector een bijdrage leveren. Een aantal Kamerleden denkt nu dat een belangrijk onderdeel van die bijdrage bestaat uit het creëren van regelgeving die belangenverstrengeling bij subsidietoekenning moet uitbannen. Dat lijkt op het eerste gezicht een goed idee. Maar de minister verdedigt een systeem van peer review, hetgeen neerkomt op beoordeling door vakgenoten en collega’s. Hij vindt met andere woorden dat alleen ‘deskundigen’ de aanvragen moeten beoordelen. De mogelijke belangen die daarbij verstrengeld zouden kunnen raken worden naar zijn idee vanzelf weggepoetst door wat hij “het zelfreinigend vermogen” van de commissies noemt.
Hier wreekt zich toch echt een fundamenteel gebrek aan inzicht van een typische bêta wetenschapper in de manier waarop sociale relaties tussen mensen in elkaar zitten. Ik heb tijdens mijn opleiding kunstgeschiedenis het geluk gehad dat ik ook nog een paar colleges in andere vakgebieden heb kunnen volgen, zoals sociologie en filosofie. Als Plasterk dat ook gedaan zou hebben, dan zou hij weten dat een belangrijk aspect van sociale relaties tussen mensen juist bestaat uit de aanwezigheid van diverse, soms strijdige, belangen. Die belangen zijn er altijd, of je dat nu leuk vindt of niet. En lang niet iedereen is in staat om voor zichzelf belangen te scheiden, zeker niet als er machtsverschillen op de achtergrond een rol spelen. De vergelijking die de minister maakt met ‘de wetenschap’ is eerder een bevestiging daarvan dan een ontkenning. “Als een commissielid een aanvraag heel slecht beoordeelt, dan valt dat onmiddellijk op bij de andere panelleden”, zo zei de minister in de Kamer. Inderdaad, want in dat geval wordt dat lid direct tot de orde geroepen. Bovendien zal een commissielid dat wel laten, afwijken van het ‘mainstream’-oordeel, want je weet maar nooit wat voor prijskaartje daar in een later stadium aan gehangen wordt door de anderen. Kortom: belangen zijn er altijd en peer review suggereert een onafhankelijkheid die er in de praktijk niet echt is. Ik kan Plasterk aanraden eens een boek van de Franse cultuursocioloog Pierre Bourdieu te lezen. Het idee om aanvragen ook door zogenaamde niet-deskundigen te laten bekijken is zo gek nog niet.

Nationale historie (6)
In het Victoria & Albert Museum in Londen loopt een schitterende tentoonstelling over Maharadja’s in India. Een grote hoeveelheid kostbare gebruiksvoorwerpen, gewaden, meubilair, zwaarden, juwelen, schilderijen en aquarellen is in het museum geëxposeerd. Maar het is niet alleen de pracht en praal die uitgestald staat, ook sociaal-culturele verhoudingen, religieuze verschillen en politieke machtsaspecten worden tijdens het wandelen door de zalen duidelijk. De tentoonstelling is een mooi voorbeeld van hoe kunsthistorisch interessant materiaal gecombineerd kan worden met cultuurhistorisch informatieve objecten om zo een beeld te schetsen van een belangrijk deel van de nationale geschiedenis, in dit geval van Groot-Brittannië.
Al eerder heb ik op deze plaats gesteld dat een Nationaal Historisch Museum in Nederland niet nodig is omdat we genoeg musea hebben waarin delen van onze nationale historie te zien zijn. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het Rijksmuseum, het Nederlands Scheepvaart Museum, het Amsterdams Historisch Museum, het Maritiem Museum Rotterdam, het Nederlands Openlucht Museum, maar ook het Museum voor Volkenkunde in Leiden. Er zijn er ongetwijfeld meer te noemen, maar deze musea beschikken in ieder geval over een enorme collectie waar veel mee te doen valt.
Het probleem is alleen dat het niet gebeurt. Waar zijn de exposities over onze koloniale geschiedenis? Waarom organiseert Volkenkunde in Leiden bijvoorbeeld niet een grote publiekstentoonstelling waarin de geschiedenis van het voormalig Nederlands Indië in al haar facetten belicht wordt? Ik weet zeker dat zoiets meer bezoekers trekt dan de schaarse enkelingen die thans het museum bezoeken. Een dergelijk project zou ook in samenwerking met andere musea opgezet kunnen worden. Je zou een museale route door de Nederlandse geschiedenis kunnen creëren.
Nederlandse musea kunnen veel meer doen aan het in beeld brengen van onze nationale historie. We beschikken over enorme collecties en er zijn meer dan genoeg deskundigen beschikbaar die catalogi kunnen vol schrijven. Omdat hier gewerkt kan worden met eigen collecties kunnen de kosten beperkt blijven. Het motto moet zijn: laat zien wat je in huis hebt.


drs. K. Bouter is gepensioneerd kunsthistoricus.