Afzakkertjes 5
21 september 2009
Nationale historie (5)
Ons aller Nationaal Historisch Museum maakt nog even op de valreep gebruik van de kennelijke aanwezigheid van een paar centen, want dit nog steeds niet bestaande museum vraagt vier conservatoren. Ja, u leest het goed: conservatoren. Dat zijn toch mensen die iets doen met collecties? Tentoonstellingen maken bijvoorbeeld, kunstwerken aankopen en dingen doen in de sfeer van beheer en behoud. Maar het NHM is er nog niet eens en heeft evenmin een collectie. Eerder vroeg ik mij op deze plaats al af wat die twee directeuren van een niet bestaand museum nu eigenlijk doen, maar nu wordt het mij duidelijk: zij moeten een team samenstellen dat zich gaat buigen over de invulling van het museum. Daarbij zal zonder enige twijfel ‘vernieuwing’ een belangrijk richtsnoer zijn. Alles moet immers anders. Want in het spraakgebruik in Nederland heeft het woord ‘verandering’ geleidelijk aan de betekenis ‘vernieuwing’ gekregen. Het wordt ook steeds lastiger om die twee uit elkaar te houden. Het is een beetje vergelijkbaar met de betekenis die in ons land wordt toegekend aan het woord ‘ambitieus’. Je zou zeggen dat het een compliment is en dat je daar dus blij mee moet zijn, maar nee, het betekent in de praktijk ‘niet haalbaar’. Het is dus helemaal geen compliment, maar een manier om iemand of een idee af te serveren. Zij die in aanmerking willen komen voor de functie van conservator in het NHM moeten dus niet ambitieus zijn, ook niet in een streven naar vernieuwing. Dat zal een lastige klus worden, niet alleen omdat er geen collectie is, maar vooral omdat het NHM ‘eigendom’ is van de politiek waar vernieuwing, dat wil zeggen verandering, het criterium is.
Kunstpolitiek
Echt zorgelijk is een recente uitspraak van het CDA kamerlid mevrouw Van Vroonhoven. Zij heeft, althans volgens mijn avondblad, beweerd dat “kunst het kabinetsbeleid zou moeten uitdragen”. Wat krijgen we nou? Zijn we in Nederland op weg naar de totalitaire staat? Dit doet mij denken aan de manier waarop in nazi-Duitsland, communistisch Rusland en China en niet te vergeten Taliban-Afganistan over kunst en cultuur werd “gedacht”. De kunst in dienst van de regerende macht. Wat ons niet bevalt wordt ‘ontaard’ verklaard of opgeblazen. Niks onafhankelijkheid van de kunstenaar, geen sprake van dat kunst een kritische reflectie is op de samenleving, de diversiteit van de cultuur laat zien, mensen prikkelt en aan het denken zet, nee, het moet gewoon een afspiegeling zijn van de gevestigde orde van het moment. De uitlatingen van het kamerlid zijn daarom zorgelijk, omdat de volgende stap natuurlijk zal zijn allerlei vormen van overheidssteun afhankelijk te maken van de mate waarin de kunstuiting het kunstbeleid van de overheid weerspiegelt. Dat kan leuk worden.
Wat is er eigenlijk nog over van de door de premier, ook CDA, jaren geleden met veel aplomb opgestarte discussie over normen en waarden? Onderdeel daarvan is toch ook dat de overheid zich onthoudt van een waardeoordeel over kunst, net zoals zij dat hoort te doen als het over wetenschap gaat. Dat waardeoordeel is voorbehouden aan respectievelijk kunstenaars en wetenschappers zelf, en uiteraard aan het publiek. U en ik dus. Mevrouw Van Vroonhoven mag alleen een uitspraak over kunst doen als zij haar pet als kamerlid af zet en zich onder het publiek schaart. De vraag is echter of politici dat kunnen.
drs K. Bouter is gepensioneerd kunsthistoricus.
