Boekrecensie. De opkomst van de regio. Boekman 78. Voorjaar 2009

20 mei 2009

“De tijd dat dorpse of provinciaalse cultuur associaties opriep met folklore of de fanfare behoort tot een grijs verleden. In de regio gebeurt het”. Met deze zin eindigt Anita Twaalfhoven haar redactionele introductie op het themanummer dat gewijd is aan “de opkomst van de regio”. 

Inderdaad, dat hadden wij ook al gesignaleerd. De Randstad raakt stukje bij beetje z’n positieve culturele imago kwijt ten gunste van de grote gemeenten in de provincies. Groningen, Arnhem, Assen, Middelburg, Eindhoven en Breda zijn voorbeelden van steden die cultureel en museaal veel te bieden hebben. De laatste twee hebben zich respectievelijk op de industriële en grafische vormgeving gestort en zijn daarmee zo succesvol dat ze met BrabantStad (een cluster van vijf grote steden) meedingen naar de nominatie van Culturele Hoofdstad van Europa in 2018, die aan Nederland is toebedeeld. De stad Den Haag zal zich nog stevig moeten positioneren om het in dit geval van Noord-Brabant te winnen. 

Nu de stelselherziening – met instellingen in de basisinfrastructuur en instellingen daarbuiten die zich tot de grote cultuurfondsen moeten wenden – haar beslag heeft gekregen maakt Boekman de balans op in de regio’s buiten de Randstad.
Cor Wijn, adviseur kunst- en cultuurbeleid bij Hylkema Consultants, ziet de onderlinge afhankelijkheid en verwevenheid tussen rijk, provincies en gemeenten afnemen. Ook vraagt hij zich af hoe de grote cultuurfondsen met de lagere overheden gaan samenwerken: “blijven het tamelijk autonome, hoofdzakelijk op kunstproductie gerichte subsidieloketten waar het kwaliteitsoordeel van de ingewijden doorslaggevend is? Of wordt de brug geslagen naar meer samenwerking met de lagere overheden?”. Dit is het essentiële punt in het functioneren van het nieuw verdeelsysteem. Voor de overheden wordt het er niet gemakkelijker op; zij moeten straks onderhandelen met de minister én met de verschillende fondsen voor subsidies aan hun meerjarig gesubsidieerde instellingen. 

Dat de verdeling van de rijksmiddelen per provincie nogal verschilt wordt aangetoond door het onderzoek De provincies: Kijk zo zit dat (Deijck-Hofmeester 2007). Tellen we het rijksgeld bij elkaar op dat via de Cultuurnota, de fondsen en de regelingen is verdeeld, dan blijkt uit onderzoek dat de overheid het minste uitgaf aan de provincie Flevoland: 11 euro per inwoner. Daarna komen Drenthe (14 euro) en Zeeland (19 euro). Noord-Holland krijgt – vanwege Amsterdam - het meeste: 90 euro per bewoner. De conclusie van de samenstellers is dan ook: “In ieder geval kan men vaststellen dat een beleid gericht op cultuurparticipatie een evenwichtiger verdeling dient te vertonen”. Een eufemisme! 
Dankzij het lobbywerk van het Inter Provinciaal Overleg (IPO) werd voor de komende cultuurplanperiode dan ook 20 miljoen euro extra ingezet om die verhouding meer recht te trekken. 

Vergelijken we de uitgaven voor cultuur door het Rijk met die van de provincie, dan ontstaat een heel ander beeld. Daar waar het Rijk veel investeert lijkt de Provincie zich terug te trekken. In Noord- en Zuid-Holland geeft de Provincie erg weinig uit aan cultuur; daar bevinden zich dan ook veel door het rijk en de gemeente gesubsidieerde instellingen. In Zeeland geeft de provincie het meeste uit: 33 euro per inwoner, daarna gevolgd door Friesland (27 euro) en Drenthe (23 euro). “Het lijkt alsof de provincie de bedragen van het Rijk compenseert”, constateert IPO-voorzitter Harry van Waveren. Hij vindt dat het Rijk meer betrokken moet zijn bij het beleid van de lagere overheden en pleit voor het Britse systeem, dat regionale bureaus van de Arts Council subsidies laat verdelen. 

Arno Brok, voorzitter van de onderhandelingsdelegatie cultuur en media van de Vereniging Nederlandse Gemeenten, zegt dat de gemeenten “de belangrijkste actoren zijn van cultureel Nederland”. Het bovengenoemde onderzoek De provincies: Kijk zo zit dat geeft hem hierin gelijk. Zestig procent van de overheidssubsidie voor kunst en cultuur is afkomstig van de gemeenten. Die dragen tweemaal zoveel bij als het Rijk, terwijl de provincies slechts tien procent van de overheidssteun voor hun rekening nemen.

Zo’n constatering moet de Rijksoverheid, met Minister Plasterk voorop, toch tot bescheidenheid manen! En zo nu en dan een reisje het binnenland in kan ook geen kwaad. Er zijn legio goede initiatieven, zoals Bredevoort Boekenstad in de Achterhoek, dat een leeglopend stadje tot nieuw leven heeft gewekt of het Drents Museum dat met smaakmakende tentoonstellingen de laatste jaren uitgegroeid is van een regionaal museum tot een museum van internationale allure. Meer van dergelijke activiteiten kunnen relatief cultuurarme gebieden een flinke oppepper geven, ook op het economische vlak. 

Boekman 78: De opkomst van de regio kost € 15 per stuk en is te bestellen via www.boekman.nl

Marie Christine van der Sman