Boekrecensie Particuliere Fondsenwerving
22 april 2009
Boekrecensie
Particuliere Fondsenwerving. Hét handboek. Uitgave: Programmateam Cultuurmecenaat. Kunst & Zaken. Rotterdam 2009. ISBN-13:978-90-78389-05-7 Prijs: € 24,50
Vorige week viel het lang verwachte handboek ‘Particuliere fondsenwerving’ van Kunst&Zaken bij MuseumService op de mat. Ruim twee jaar is aan de voorbereiding van het boek gewerkt. Minister Plasterk vindt dat alle culturele instellingen dit boek als leidraad moeten gebruiken om hun eigen inkomsten te vergroten. De minister heeft de cultuurproducerende instellingen vanaf januari dan ook een generieke korting opgelegd. Gesubsidieerde musea worden gestimuleerd om zelf meer geld binnen te halen; als ze dat doen worden ze aan het einde van het jaar financieel beloond (volgens de regeling Cultuurprofijt).
In het voorwoord van het handboek formuleert de minister het als volgt: “De tijd is rijp om ook in Nederland los te komen van het idee dat fondsenwerving not done zou zijn. Er is niets mis met geld vragen en geld geven voor mooie dingen”. Daarbij verwijst hij naar de VS, waar het mecenaat volstrekt is aanvaard: “De culturele sector in Nederland lijkt er nog niet helemaal klaar voor te zijn om schenkingen te ontvangen zonder er direct iets tegenover te moeten stellen. En ook gevers voelen zich niet altijd gemakkelijk bij een schenking, uit bescheidenheid of vanwege de juridische haken en ogen”.
Minister, over deze cryptische zin zouden we graag enige uitleg ontvangen. Waarom denkt u dat de sector niet klaar is voor schenkingen? Zeker in deze crisistijd - met een terugtredende overheid en fondsen die minder aan cultuur geven - zijn alle gesubsidieerde instellingen op jacht naar geld. Trouwens, de meeste grote en middelgrote musea zijn al ruim twee decennia actief met het werven van fondsen. Over tegenprestaties en klantenbinding wordt in de meeste musea goed nagedacht en daar wordt het beleid vervolgens zorgvuldig op afgestemd.
En zijn schenkers bescheiden? Meestal niet. Mijn ervaring met fondsenwerving is dat men heel Hollands iets terug wil zien voor een schenking. Een Nederlandse gever is – anders dan in de VS – meer uit op zakelijk belang. Het is een VOC-koopman die iets terug wil zien voor zijn donatie of sponsorbijdrage. De gedachte dat het eervol of statusverhogend is (zoals in de VS) om op een Wall of Fame van een museum te prijken is in Nederland nauwelijks aan de orde. Misschien geldt dat uitsluitend voor prestigieuze instellingen als het Mauritshuis of het Rijksmuseum.. Maar dan heb je het ook wel gehad.
En juridische haken en ogen? Volgens mij – en dit wordt bevestigd door de inhoud van de hier besproken publicatie – valt een schenking juridisch goed te regelen en kan de schenker een deel van het geschonken bedrag van de belasting aftrekken.
Enfin, als we het voorwoord van onze minister verder buiten beschouwing laten, is de publicatie een zeer waardevol handboek. Het is degelijk voorbereid en voorzien van veel literatuurverwijzingen. De meer ervaren fondsenwerver raad ik aan om met de cases van het MOMA, Foam Fotografiemuseum en Singer Laren te beginnen. Die zijn zeer informatief en lezen lekker. De beginnende fondsenwerver beveel ik vooral hoofdstuk vier aan.
Daarin staat klip en klaar vermeld waarom mensen doneren.
Het zijn vaak vrienden van musea die bereid zijn om naast de jaarlijkse contributie in de buidel te tasten. Daarom wordt aanbevolen om vooral de Vriendenvereniging te koesteren. Daar zitten de potentiële major donors die bereid zijn om het museum iets te schenken. Het zoeken van donateurs buiten de kring van het museum is veel moeilijker. Schenkers geven namelijk pas als ze een langdurige relatie met het instituut hebben opgebouwd. Het is belangrijk om de motieven van potentiële begunstigers te kennen.
De auteurs van het boek onderscheiden vier factoren die een rol spelen bij het besluit om te doneren: (1) extrinsieke factoren, (2) intrinsieke factoren, (3) perceptie en (4) de vraag. De extrinsieke factoren worden gevormd door fysieke en sociale aspecten van een persoon, zoals leeftijd en sociale klasse. Vooral mensen tussen de 55 en 70 jaar doen donaties. Hogere sociale klassen doen meer lange termijndonaties dan mensen uit lagere sociale klassen. Wat betreft de intrinsieke factoren, deze worden gevormd door de perceptie die iemand van zichzelf heeft. Onder perceptie wordt de relatie verstaan die de donateur ziet met het goede doel in kwestie. Schenkt men uit schuldgevoel of juist uit idealisme? Heeft iemand affiniteit met het goede doel? Als vierde factor wordt ‘de vraag’ genoemd. Hierbij spelen eventuele vroegere vragen ook een rol. Heeft iemand ervaring met het geven aan goede doelen? Waren die ervaringen positief of negatief? Dat beïnvloedt uw vraag. Ten tweede speelt de aard van de huidige vraag een rol. Is de vraag op de juiste manier en op het goede moment gesteld? Een persoonlijke en directe vraag blijkt vaak meer effect te hebben dan bijvoorbeeld een email of een brief.
Met die aanbevelingen kan de fondsenwerver in het museum aan de slag. En een belangrijke advies daarbij is: durf te vragen!
Het boek is te bestellen via mecenaat@kunst-en-zaken.nl
Marie Christine van der Sman
