30-plussers doen inspiratie op; verslag van de Mediamatic-conferentie over web 2.0

17 november 2008

Het publiek is relatief jong. De enige 60-plusser in de stampvolle zaal in de Amsterdamse Openbare Bibliotheek krijgt applaus. Ik verkeer me in een gezelschap van overwegend marketeers en pr-medewerkers uit de wereld van de kunst (podia), erfgoed (musea) en media. Adepten en sceptici.

De laatste groep heeft een fluitje gekregen om te protesteren als men het niet eens is met de spreker. Dit gebeurt een enkele keer. Het publiek luistert vooral aandachtig. Aan het woord zijn buitenlandse deskundigen op het gebied van social technology. Ook een aantal Nederlandse projecten passeert de revue. Tot slot worden instellingen uitgenodigd om tijdens een pitch in twee minuten een nieuw web 2.0-project te presenteren; een activiteit waarbij het publiek via internet participeert. De hoofdprijs bestaat uit een stagedagje bij de Stichting DOEN om te leren een goede subsidie-aanvraag op te stellen. De winnaar is het project Singing the city, waarbij op een website stemmen verzameld worden voor een nieuwe opera.

De studiedag is georganiseerd omdat de Stichting Doen teveel saaie projectaanvragen van cultuurinstellingen ontvangt op het gebied van het sociale web. Hoe kan men de kunstinstellingen aansporen om meer interessante aanvragen in te dienen? Door het organiseren van een congres waarbij succesvolle en inspirerende voorbeelden uit binnen- en buitenland getoond worden. 
Daarin is de organisatie zeker geslaagd.

Shelly Bernstein van het Brooklyn Museum uit de VS houdt een aansprekend betoog. Het is een praktisch verhaal, vanuit de museumpraktijk geformuleerd. ‘Start simple’ is haar advies. Het eerste project van het museum op het social web begon als volgt. Tijdens een tentoonstelling over graffiti werd het publiek uitgenodigd zelf graffiti op een muur aan te brengen. Dat werd vervolgens door het museum gefotografeerd en op Flickr gezet. De foto’s werden goed bekeken en er werd over gediscussieerd. Wat ook goed bekeken wordt op Flickr zijn de Behind the scene-filmpjes en foto’s. Daarmee maakt de bezoeker op een bijzondere manier kennis met het museum.

Eén van de meest frappante uitspraken van Shelly is dat zij persoonlijk bekend is bij de web-bezoekers. Shelly is de personificatie van het museum. Bezoekers kennen haar van Flickr en YouTube, chatten met haar of spreken haar aan tijdens museumdagen. Het kost veel tijd om dagelijks alle mailtjes te beantwoorden. Ze vertelt dat ze 24 uur per dag bereikbaar is en als webmaster eigenlijk niet vervangbaar is. Hier zit de zwakke schakel. Wat gebeurt er als Shelly uitvalt? Wie neemt het dan over? Zo’n sterrenstatus past natuurlijk helemaal in de virtuele wereld van internet, maar het toont gelijk de kwetsbaarheid van het medium.

In één van de pauzes dwaal ik door het nieuwe gebouw van de Openbare Bibliotheek. De gepresenteerde voorbeelden dwarrelen door mijn hoofd: van geheime ansichtkaarten (PostSecret uit New York), gedigitaliseerde boeken van beroemde schrijvers als Coelho die via internet de verkoop van de echte boeken bevorderen tot virtuele historische wandelingen door Amsterdam (Waag Society). Eén vraag hamert in mijn hoofd: in hoeverre overstijgen deze projecten de oppervlakkigheid van de sensatie van één moment? Wat leert men hier nu van? Of is dat helemaal niet de bedoeling. Wordt het medium een doel op zich?
Ik word in mijn gepeins onderbroken door een Amerikaan die me vraagt: “Are you working here?” Nadat ik verbaasd ontkennend antwoord vervolgt hij: “Nobody seems to work here. Only machines”. Ik sta gelijk weer met beide benen op de grond.

Marie Christine van der Sman