Kredietcrisis geen reden voor beleidswijziging

30 oktober 2008

KREDIETCRISIS GEEN REDEN VOOR BELEIDSWIJZIGING
De gevolgen van de kredietcrisis tekenen zich nu al af voor de culturele sector volgens verschillende cultuurwoordvoerders. Boris van der Ham (D66) ziet het grootste gevaar in sponsors die zich terugtrekken. Ook private fondsen als VSB, SNS Reaal en het Oranjefonds lijden schade. Hoe kunnen instellingen in de basisinfrastructuur in zo'n situatie hun eigen inkomsten vergroten? Niet alleen Kunsten '92, maar ook IPO en VNG hebben de Tweede Kamer gevraagd zich te herbezinnen op de voorgenomen kortingen in combinatie met verhoging van eigen inkomstennormen.
Het voorstel om deze korting in ieder geval in 2009 te salderen (amendement Van der Ham en motie SP) raadde de minister af. Het verwerven van eigen inkomsten moet gestimuleerd worden juist wanneer er economische tegenwind op komst is, vond hij. Wel gaf hij aan eventueel de inkomsten verworven uit private fondsen niet mee te tellen bij de 'nulmeting', zodat terugloop bij die fondsen geen invloed heeft op de inkomstennorm. Voorts wil Plasterk het matchinggeld van de regeling zo breed mogelijk spreiden, zodat het niet alleen terecht komt bij enkele grote instellingen die volgens de minister doorgaans makkelijker eigen inkomsten verwerven. In het hypothetische geval dat het matchingpotje niet voldoende benut wordt, zal dit met de Kamer worden overlegd. 
John Leerdam (PvdA) gaf tijdens het debat aan zich eerst te willen verdiepen in de gevolgen van de kredietcrisis alvorens een voorstel voor compensatie te ondersteunen.

1 MILJOEN EXTRA VOOR CLUB VAN ZES EN SECTORINSTITUTEN
Een meerderheid van de Tweede Kamer vond dat er extra middelen beschikbaar moeten worden gesteld voor de zes instellingen bij het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+ waarvoor de middelen ontbraken om het positieve advies op te volgen. Daarvoor was €2 miljoen extra nodig. De motie van Vroonhoven (CDA) die hiervoor werd ingediend stelt €600.000 beschikbaar aan het fonds ten behoeve van de zes. Dat is een mooi gebaar, maar niet voldoende om alle zes in staat te stellen hun plannen waar te maken. Hoe het fonds dit dilemma oplost is nog onduidelijk.
Voor de sectorinstituten is €400.000 extra beschikbaar gesteld, waardoor zij nu op ongeveer 50% van het oorspronkelijke advies van de Raad voor Cultuur uitkomen*.

GEEN GEHOOR VOOR ROEP OM REPARATIE FONDSBESLUITEN
Eén van de aanleidingen voor de stelselwijziging was om het artistiek inhoudelijk oordeel verre te houden van de politiek. Dat betekent dat de politiek zich niet bemoeit met de besluiten die zijn genomen door het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+. Minister Plasterk zag zichzelf als Odysseus die met peterselie in zijn oren, vastgebonden aan de mast, de sirenes moet weerstaan en zich niet moet laten verleiden om toch in te grijpen. Een brief van prominenten en schaduwadviezen mochten niet baten. Voorstellen voor een overgangsregeling om reparatie van negatieve effecten van de stelselwijziging mogelijk te maken, na advies van de Raad voor Cultuur, wees hij af.
Met betrekking tot de ontstane situatie in de muzieksector door de besluiten van het fonds verwees de minister naar het aanvullend advies dat deze week zal verschijnen.

DE SYSTEMATIEK STAAT NOG IN DE KINDERSCHOENEN
Dat stelde Nicolien van Vroonhoven (CDA) vast aan het begin van het debat.
Zij vindt de werkwijze bij de cultuurfondsen nog steeds te veel een black box. Zij vroeg de minister voor het einde van het jaar met een rapportage te komen in hoeverre in zijn ogen de fondsen de Code Cultuurfondsen hebben nageleefd. De minister verwees terug naar de code waarin staat dat de fondsen dit zelf in hun jaarverslagen doen.
Met de evaluatie, gericht op wijzigingen voor de volgende subsidieronde, zal volgend jaar worden begonnen. De eerste gesprekken met de Raad voor Cultuur hierover hebben reeds plaatsgevonden. In reactie op de vragen van Kamerleden gaf de minister alvast een paar schoten voor de boeg. Zo staat hij open voor het voorstel om de beleidsplannen van de langjarig gefinancierde instellingen door de Raad voor Cultuur te laten beoordelen. Zij worden nu alleen gevisiteerd. In reactie op de opmerking van Hans van Leeuwen (SP) dat de scheiding tussen Basisinfrastructuur (BIS) en de fondsen fluïde is, en het wellicht verstandig is gelijke grootheden in de BIS een plaats te geven, reageerde de minister eerder te denken aan minder dan aan meer instellingen onder zijn directe verantwoordelijkheid. Over de procedure voor de evaluatie komt hij nog te spreken met de Tweede Kamer.

ONDUIDELIJKE INVULLING FONDS CULTUURPARTICIPATIE
Met de discussie over 'merklappen' van vorig jaar nog in het achterhoofd, spitste de discussie zich wederom toe op wat nu verstaan moet worden onder volkscultuur en belangrijker, wat de minister er aan wil doen. Ook tijdens dit debat werd dat niet duidelijk. Gaat het alleen over klompen en molens, of gaat het ook over wat mensen uit andere culturen meenemen? Een 'operationaliseerbare' definitie ontbreekt vooralsnog. Ondersteuning van volkscultuur is één van de peilers van het nieuwe Fonds voor Cultuurparticipatie, waarvoor in totaal €22,2 miljoen beschikbaar is. De Kamer was verbaasd dat over de bestemming nog geen duidelijkheid bestaat, terwijl het hier gaat om de verdeling van schaarse middelen waarbij een zorgvuldige afweging mogelijk moet zijn. De Kamer heeft om meer informatie gevraagd.
Ook met betrekking tot diversiteit is een belangrijke rol weggelegd voor het Fonds voor Cultuurparticipatie, samen met andere overheden. Over dit onderwerp zal, ook naar aanleiding van lopend onderzoek, in januari de beleidsagenda culturele diversiteit aan de Tweede Kamer worden gezonden.
________________________________________________________________________
Persbericht Kunsten '92 30-10-2008