Boekrecensie Yola de Lusenet ‘Geven en nemen. Archiefinstellingen en het sociale web.’

18 september 2008

Taskforce Digitale toegankelijkheid archieven, Erfgoed Nederland 2008.
Een gids door het woud dat ‘Web 2.0’ heet. Niet alleen voor archieven, maar ook voor musea.

De virtuele omgeving waarin erfgoedinstellingen hun digitale collecties aanbieden evalueert razendsnel. Internetgebruikers raken er steeds meer aan gewend actief hun eigen omgeving te creëren: door bij te dragen aan sites en eigen inhoud op het web te plaatsen. Op het sociale web (Web 2.0) gaan informatie vinden en informatie produceren in elkaar over.

De publicatie van Erfgoed Nederland is een handzame introductie, waarin ontwikkelingen in de informatievoorziening op het web worden geschetst in relatie tot de archiefsector. Archieven zijn geïnteresseerd in een virtuele onderzoeksruimte, niet alleen met goed toegankelijke en geordende bronnen, maar ook met ‘gereedschappen’: functionaliteiten die onderzoekers in staat stellen om bijvoorbeeld selecties te maken, bronnen op te slaan, te annoteren, transcriberen, en digitale bestanden samen te brengen met eigen scans en foto’s.
Wanneer onderzoekers op deze manier actief bronnenonderzoek doen binnen de digitale ruimte, kunnen ze hun onderzoeksresultaten ook delen met andere onderzoekers.

Vervang het woord ‘archief’ door het woord ‘museum’ en het biedt ook musea een goed overzicht van de mogelijkheden van het Web 2.0. (van wiki’s, blogs, discussiefora tot verschillende zoekmachines).
In de publicatie worden veel voorbeelden uit de museale sector gegeven. Zo is het Victoria & Albert Museum in Londen bijvoorbeeld al jaren actief op internet.

De website van het V&A, beheerd door een team van zeven medewerkers, registreerde in 2006 ruim 11 miljoen bezoeken. Niet doordat de site technisch zo geavanceerd is.
De site is zelfs redelijk ouderwets; een forum, tags en profielen – de attributen van Web 2.0 – ontbreken. Het is een virtuele voorpost van het museum. Men vindt er informatie over de collecties, tentoonstellingen en activiteiten. De website lijkt een uitgebreide folder te zijn. Maar het is meer: de informatieve en educatieve kant is flink uitgebouwd. Er zijn virtuele exposities, opdrachten, quizzen en speurtochten waardoor virtuele bezoekers zelf met een onderwerp bezig gaan. De band tussen museum en website wordt nog verstrekt doordat de resultaten van activiteiten in het museum ook op de site worden geplaatst. Tijdens de fototentoonstelling rond de 19de eeuwse fotografe Lady Hawarden werden digitale camera’s aan de bezoekers uitgereikt waarmee men zelf foto’s kon maken. Die foto’s, waaruit bleek dat men op de expositie het nodige had opgepikt van de stijlelementen en onderwerpkeuzen van de fotografe, werden vervolgens op de website geplaatst. Dat leverde veel bijzondere inzendingen op.

Niet alle webprojecten van het V&A slaan even goed aan. Er zijn activiteiten die slechts tientallen reacties opleveren. Het V&A treedt op als moderator, maar in principe worden alle bijdragen geplaatst. Het museum huldigt het principe dat je alle serieuze bijdragen moet plaatsen. Alleen wat echte onzin is, wordt geweigerd. In de praktijk blijken de bezoekers veel nuttig commentaar op de activiteiten van het museum te leveren.
Het succes van de webactiviteiten wordt bepaald door de mate waarin het museum erin slaagt thema’s aan de orde te stellen die bij het brede publiek aanslaan. 

Met de vele voorbeelden van verschillende toepassingen van webapplicaties is dit boekje een aanrader voor ieder die geïnteresseerd is in de educatieve mogelijkheden die het Web 2.0  zijn of haar museum biedt. Ook – en vooral – voor de digibeten onder ons. 

Marie Christine van der Sman 

Te bestellen via taskforce@taskforce-archieven.nl

De tekst is als PDF beschikbaar op:
http://www.taskforce-archieven.nl/projects/virtueleonderzoeksruimte