Recensie Kunst en Digitalisering, Boekmancahier 75, zomer 2008

20 augustus 2008

‘Digitalisering heeft in de kunstwereld voor een ware revolutie gezorgd. Zowel de creatie, consumptie als conservatie van kunst zijn hier ingrijpend door veranderd’, schrijft Anita Twaalfhoven in de inleiding van het meest recente Boekmancahier dat aan kunst en digitalisering gewijd is. Wanneer we echter het artikel lezen van Riemer Knoop, Erfgoed, e-cultuur en de wet van de traagheid, gaat dit maar gedeeltelijk op voor de erfgoedsector. Ondanks vele stimuleringsregelingen, die sinds het rapport eCultuur: van i naar e van de Raad voor Cultuur uit 2003 door de overheid in leven geroepen zijn, is er minder experiment en innovatie uitgelokt dan verwacht. 
Willem Wijgers constateert in zijn bijdrage Je moet kunnen delen om te vermenigvuldigen. Podiumkunst en marketing in het digitale tijdperk dat internet in de internationale entertainmentindustrie, de commerciële popmuziek voorop, een belangrijke rol speelt. ‘Als we dat vergelijken met de gesubsidieerde kunst- en cultuursector slagen we er nog niet in om bezoekers, kijkers en kopers via dit medium te verleiden, laat staan te omarmen’. 

Want daar gaat het om. Beleidsmakers vinden dat erfgoedinstellingen zich niet blind moeten staren op de digitale reproductie van erfgoed, maar juist oog moeten hebben voor de relatie tussen cultuur en de rolveranderingen in de digitaliserende maatschappij. Blijkbaar is dat nog onvoldoende gelukt en de vraag is: waar ligt dat aan?
Riemer Knoop schrijft in zijn redelijk sombere analyse van dit probleem, waarbij hij kritische kanttekeningen plaatst bij digitaliseringsprojecten als het Geheugen van Nederland van de Koninklijke Bibliotheek (‘plaatjes zonder dimensie’) en de Cultuurwijzer van het Instituut Collectie Nederland (‘vergaarbak van erfgoedcollecties’) dat de erfgoedsector moeite heeft met een mentaliteitsomslag. Volgens Knoop zijn directieleden van culturele instellingen wel doordrongen van het belang en de urgentie van het inspelen op e-culturele mogelijkheden, maar in het middenkader en op de werkvloer, waar de primaire processen worden gemanaged en uitgevoerd, is dat veel minder het geval. Daar heerst een zekere behoudzucht om op de gebruikelijke wijze te blijven werken. ‘Innovatie, zeker op het gebied van kennis, doet afbreuk aan bestaande zekerheden (…). In het oude paradigma wordt de eigen plaats in de wereld gezien als de top van een piramide. Je aanzien had je krachtens je collectie. In de nieuwe paradigma’s waartoe e-cultuur verleidt, is men eerder een knoop in een horizontaal netwerk. Je aanzien moet je verdienen door de mate en kwaliteit van het daarin functioneren’. Erfgoedinstellingen blijken traditioneel weinig flexibel te zijn; bovendien stelt de overheid hoge eisen, bijvoorbeeld wat betreft het inverdienend vermogen of de bezoekersaantallen. ‘Dat werkt niet stimulerend op het avontuurlijk jezelf eens opnieuw uitvinden’ constateert Knoop eufemistisch. 

Daarmee legt hij mijns inziens de vinger op de gevoelige plek. Gesubsidieerde musea zijn in toenemende mate uitsluitend bezig met ‘overleven’ in een tijd van bezuinigingen en een terugtredende overheid. De nadruk ligt nog steeds op het organiseren van tentoonstellingen en het vinden van financiën daarvoor. Als er tijd en geld over is zet men zich in voor het wegwerken van achterstanden op het gebied van collectieregistratie, en met een beetje geluk wordt er aandacht besteed aan conservering van objecten. Men komt simpelweg niet toe aan het bedenken van vernieuwende samenwerkingsverbanden op het gebied van e-cultuur. Bovendien kost het schrijven van subsidie-aanvragen, bijvoorbeeld Ontwikkelingsplannen in het kader van Digitaliseren met Beleid (SenterNovem), veel tijd. Ook wordt een forse eigen financiële bijdrage van de instelling verwacht. Dat geldt ook voor subsidie-aanvragen bij de Mondriaan Stichting (40% subsidie ten opzichte van 60% eigen bijdrage). Die luxe kunnen veel kleine en middelgrote musea zich niet permitteren. Het is jammer dat aan deze problematiek geen artikel is gewijd in deze  - overigens zeer boeiende  - publicatie, die voor € 15 te bestellen is via www.boekman.nl

Marie Christine van der Sman