Verbetering indemniteitsregeling bij belangrijke tentoonstellingen

20 juni 2008

Op 9 juni schreef minister Plasterk van OCW een brief aan de Tweede Kamer waarin hij pleit voor een indemniteitsregeling die de verzekeringskosten van tijdelijke bruiklenen uit het buitenland verlaagt. Daarmee kunnen kostbare tentoonstellingen in Nederland gerealiseerd worden. Door een staatsgarantie voor schade en verlies tot een bepaald percentage van de verzekerd waarde (indemniteit) worden de verzekeringskosten gedrukt. Belangrijke tentoonstellingen kunnen makkelijker plaatsvinden; cultuurparticipatie wordt gestimuleerd. 

Enkele voorbeelden van tentoonstellingen in de afgelopen jaren waarvoor indemniteit werd verleend: Rembrandt&Caravaggio Rijksmuseum Amsterdam, Michelangelo Teylers Museum, Portretten uit de Gouden Eeuw Mauritshuis en Lucian Freud Haags Gemeentemuseum. 

De verruiming van de indemniteitsregeling uit 2005 bestaat uit de volgende maatregelen:
1. Musea kunnen in alle gevallen op een constant indemniteitspercentage van 30% rekenen (i.p.v. een dalend percentage bij een hoger verzekerde waarde). Dat betekent een premie-voordeel voor de musea die kostbare exposities organiseren;
2. Gezien de keuze voor een constant 30% percentage alsmede de stijgende prijzen van kunstwerken, wordt het subsidieplafond verhoogd van € 230 tot € 300 miljoen;
3. In unieke jaren (als bijvoorbeeld het Rembrandtjaar) kan voor dat jaar met instemming van het ministerie van Financiën het subsidieplafond éénmalig worden verhoogd;
4. In 2010 zal bekeken worden naar aanleiding van de ontwikkeling op het gebied van collectiemobiliteit in de Europese Unie of er aanleiding bestaat tot aanpassing van de regeling.

Met deze verruiming van de regeling wordt maar slechts voor een deel tegemoet gekomen aan de wens van de Vereniging van Rijksgesubsidieerde Musea, die verzocht heeft om een regeling van 100% indemniteit. Volgens de Minister neemt bij 100% het risico voor de staat disproportioneel toe. Verzekerde waardes van tentoonstellingen kunnen oplopen tot boven de 1 miljard euro. Bij een grote calamiteit zou de staat daarvoor in z'n geheel op moeten draaien. Ook de Minister van Financiën wil een dergelijk groot risico niet aangaan, ondanks het feit dat er zich de laatste  jaren geen grote calamiteiten hebben voorgedaan. Bovendien zou bij 100 % indemniteit de rol van de verzekeraars verdwijnen. De staat (met name de uitvoerder van de regeling: Instituut Collectie Nederland) zou dan zelf extra controle-activiteiten moeten verrichten en schades moeten afwikkelen. Dit vindt de minister niet wenselijk.

Bron: Brief van minister Plasterk aan de Tweede Kamer, 9 juni 2008.