BankGiroLoterij boekt recordomzet in 2007: musea in de prijzen

18 februari 2008

Dankzij de royale schenking van € 53 miljoen door de BankGiroLoterij (BGL) kunnen 50 culturele instellingen activiteiten organiseren waaraan de overheid geen geld geeft.
Zo werd de Hermitage met geld van de loterij verbouwd en kon het Mauritshuis een zeegezicht van de 17de-eeuwse meester Jan van de Cappelle aankopen.

Frits Duparc, voormalig directeur van het Mauritshuis, toont zich tijdens de Goed Geld Gala op 5 februari in de Hermitage van Amsterdam dan ook oprecht verontwaardigd over het plan van de overheid om zich, in het kader van een ontwerp voor een nieuwe Wet op de Kansspelen, te bemoeien met de afdracht van de netto opbrengst van de BGL. Duparc noemt dat ‘een gotspe’. Volgens Duparc had zijn museum vroeger een aankoopbudget van € 150.000 en was dat “Nog niet genoeg om een deuk in een pakje boter te slaan”. Sinds de hulp van de BGL is het aankoopbudget van het Mauritshuis aanzienlijk gestegen.

De BGL is het initiatief van directeur Boudewijn Poelmann. In 1961 werd de loterij opgericht door de Algemene Loterij Nederland met als doel om op een risicoloze manier fondsen te verwerven voor goede doelen. In zijn speech tijdens het Goed Geld Gala zegt hij dat het hem steekt dat De Goede Doelen loterijen niet populair zijn in de Tweede Kamer en geassocieerd worden met gokverslaving en criminaliteit. Er wordt volgens hem weinig gepraat over het doel van de loterij en het belang ervan voor de culturele instellingen. Hij spoort het culturele veld aan om bij de politiek te lobbyen voor het voortbestaan van de BGL. “De overheid, maar ook de particuliere organisaties in met name de sport, doen alsmaar pogingen om ook deze loterij los te maken van haar goede doelen. Daarmee wordt de loterij dan niks meer dan een kansspel; een kansspel zonder maatschappelijke betrokkenheid”, aldus Poelmann.

Deelnemers van de BGL brachten in 2007 ruim 106 miljoen euro bijeen. De helft van deze inleg is vrij beschikbaar voor financiële steun aan culturele instellingen. Dat is 2 miljoen euro meer dan in 2006. Daarnaast vindt de netto opbrengst zijn weg via het Prins Bernhard Cultuurfonds en de stichting Doen (met name voor de podiumkunsten).
Daardoor konden dit jaar elf nieuwe meerjarige begunstigden worden verwelkomt. Zij ontvingen, evenals de 34 bestaande begunstigden, voor de periode van vijf jaar een structurele bijdrage. De BGL focust op organisaties die het behoud – en de uitbreiding – van cultureel erfgoed centraal stellen.

Musea die een meerjarige ondersteuning ontvangen zijn o.a. het Rijksmuseum, Van Gogh en het Kröller-Müller. Onder de elf nieuwkomers zijn: Museum De Beyerd, Foam_Fotografiemuseum, Zuiderzeemuseum, Rijksmuseum voor Volkenkunde en het Van Abbemuseum. Enkele van de beneficiënten zetten zich in voor mobiele erfgoed: het Spoorwegmuseum, Museum Stoomtram Hoorn-Medemblik en Aviodome.
Daarnaast krijgen vijf organisaties een eenmalige bijdrage, onder andere voor de vernieuwing van de grote zaal van De Doelen in Rotterdam, restauratie van Ons’Lieve Heer op Solder in Amsterdam en de verbetering van het buitenmuseum van Ecomare op Texel.

Wat extra aantrekkelijk is van de financiële steun van de BGL, is het vliegwieleffect bij andere subsidie-aanvragen. De Mondriaan Stichting vraagt bijvoorbeeld bij subsidies altijd 60% eigen bijdrage van de instelling. Die 60% kan uit de schenking van de BGL bestaan.  
Dit jaar is er weer een nieuwe ronde, met nieuwe kanshebbers uit het hele land. Deadline voor het indienen van aanvragen is meestal eind september. 

Bron: www.bankgiroloterij.nl

Marie Christine van der Sman