Oog
17 december 2007
In de altijd drukke AKO-winkel in het Centraal Station van Utrecht lag Oog, het nieuw tijdschrift van het Rijksmuseum, hoog opgetast direct voor de kassa, zoals snoep en koek in de supermarkt. De plek voor impulsaankopen. Als in alle AKO-winkels dezelfde opstelling ligt, kan het sales-team van uitgeverij Rijksmuseum Tijdschrift bv zeer tevreden terugkijken op de introductie van zijn jongste product. De eventuele kooplust in het station werd bovendien gestimuleerd door vette woorden op de voorpagina: ‘verliefd’, ‘eigenzinnige vrouwen’, ‘kindermoord’, ‘seks & geweld’. Voor wie dan ook nog wil weten hoe bekende Nederlanders als Marco Borsato, Daphne Bunskoek, Paul de Leeuw, Paul Verhoeven en Herman Wijffels over deze onderwerpen denken, lijkt het toegeven daar en dan aan de koop-impuls onweerstaanbaar.
Maar kan de impulsaankoper ook tevreden zijn met zijn aankoop? Voor 4,95 Euro krijgt hij een prachtig tijdschrift, stijlvol in vormgeving, met schitterende afbeeldingen, boeiende foto’s van de BN’ers met hun schilderijenkeuze, vlotte, korte teksten en een grote diversiteit aan feiten, feitjes, meningen, nieuwtjes en andere wetenswaardigheden. Voor elk wat wils dus, de formule van Albert Heijns Allerhande toegesneden op het Rijksmuseum. Want Oog is ook een promotieblad. De schilderijenkeuze van de BN’ers konden de lezers (en anderen) in het echt gaan bewonderen in van 23 november tot en met 2 december. Onderdeel van het promotiepakket is bovendien de aantrekkelijke website van het museum waarop de BN’ers hun keuzes op video van een toelichting voorzien.
Oog mikt duidelijk op een zeer brede doelgroep van kopers. In haar bijdrage aan Oog onder de titel “Mooi” verdeelt Nelleke Noordervliet het publiek in enkele doelgroepen: ‘Je hoort bij de gemaksgeoriënteerden of de opwaarts mobielen of de postmoderne hedonisten en daar hoort een scala van voorkeuren bij.’ Waar Nelleke aanneemt dat hun voorkeuren elkaar min of meer uitsluiten, lijkt de marketing van Oog juist deze drie groepen gezamenlijk in het vizier te hebben onder de gemeenschappelijke noemer: consumptie van kunst is mooi maar het moet wel een aangename tijdspassering zijn. Daar is niets mis mee en mogelijk geeft lezing van Oog inderdaad een impuls om wat vaker het Rijksmuseum te bezoeken. Het betekent wel dat het nieuwe tijdschrift geen concurrent vormt voor de bestaande kunstbladen als Museumtijdschrift, Kunstbeeld, Jong Holland of Kunstschrift. Wie, zoals de gemiddelde museumkaarthouder, meer dan oppervlakkig geïnteresseerd is in kunst, cultuur en het museumaanbod, vindt in deze tijdschriften meer van zijn gading dan in Oog.
Oog is een ideaal blad voor de treinreiziger die op een ontspannen manier culturele kost tot zich wil nemen. Met Oog glijdt niet alleen de buitenwereld ongemerkt aan hem voorbij maar vervliegt ook de tijd. Voor hij het weet is hij op de plaats van bestemming. En na thuiskomst kan hij nog eens rustig nalezen waarom Marco Borsato zo gehecht is aan De kindermoord te Bethlehem, waar Henny Vrienten overrompeld werd door het Stendhal-syndroom, waarom Ellen ten Damme bij Berlijnse omaatjes aan de Hitlerjugend moet denken en hoe Nelleke Noordervliet last heeft van de giftige adem van de smaakpolitie.
Marianne de Bruyn
