Commissie stuurt aan op versterking ondernemerschap van culturele instellingen

12 december 2007

Dat staat in de Tussenrapportage van de Commissie Cultuurprofijt, verzonden aan Minister Plasterk. Op 1 februari levert de commissie zijn eindrapportage in. Hierin worden aanbevelingen gedaan om instellingen per 1 januari 2009 € 10 miljoen extra te laten verdienen. Tegenover deze bezuiniging staat € 15 miljoen gereserveerd voor nieuw beleid. 

Het vergroten van de (financiële) betrokkenheid bij cultuur vereist dat cultuurproducerende instellingen actief relaties aangaan en onderhouden met partners van de buiten de gesubsidieerde culturele sector. Om dat succesvol te kunnen doen, moeten zij cultureel ondernemen. 

Uit een verkennend onderzoek is gebleken dat een mentaliteitsverandering nodig is voordat dit kan worden bereikt. Om economische bedrijfsvoering en het vergroten van het verdienvermogen van culturele instellingen mogelijk te maken, is instrumentarium nodig. Deskundigheidsbevordering is dé oplossing. Op het terrein van management, marketing, acquisitie en relatiebeheer, werving van fondsen, sponsoring en mecenaat.
De rijksoverheid heeft al verschillende deskundigheidsprogramma’s mede mogelijk gemaakt. De commissie zal analyseren wat er nog aan het reeds bestaande aanbod moet worden toegevoegd. 

Bij het vergroten van het verdienvermogen van de culturele sector, neemt marketing een bijzondere plaats in. Goede marketing kan immers bijdragen aan het beter benutten van de maatschappelijke waarde van cultuur en het vergroten van eigen inkomsten door producenten. Het voeren van een gedifferentieerd prijsbeleid kan daar onderdeel van uit maken. Musea kunnen hun marketingbeleid direct richten op hun bezoekers. De commissie vindt echter wel dat een deel van die extra opbrengsten weer ten goede moet komen aan de cultuurproducenten. 

Bovendien moet de relatie tussen culturele instellingen en de private sector verstevigd worden. Niet alleen grote bedrijven kunnen interessante sponsoren zijn, maar vooral ook middelgrote bedrijven en particulieren (fondsen op naam). Een fiscalist is door de commissie benaderd om aanbevelingen te doen op het gebied van fiscale maatregelen die de overheid zou moeten nemen om bijvoorbeeld schenkingen aan kunstinstellingen aantrekkelijker te maken. 

Vervolgens wordt een pleidooi gehouden om gesubsidieerde instellingen, die aan het einde van een subsidieperiode een positief saldo overhouden, dat overheidsgeld te laten behouden. 

Met betrekking tot de nieuwe cultuurnotaperiode (2009-2012) beveelt de commissie aan om naast de beoordeling van nieuwe beleidsplannen/meerjarenbegrotingen van te subsidiëren cultuurproducenten op hun intrinsieke kwaliteit, tevens aan te sturen op het versterken van hun verdienvermogen. Instellingen moeten zich rekenschap geven van hun positie en hun plaats binnen de eigen sector helder belichten.

Bron: Tussenrapportage Commissie Cultuurprofijt, 21-11-2007.