Meer aandacht voor het historisch interieur
15 november 2007
Het herfstnummer van Cr, interdisciplinair tijdschrift voor conservering en restauratie, is grotendeels gewijd aan het ‘historisch interieur’. Het thema is tot stand gekomen in samenspraak met Helicon Conservation Support, het bedrijf dat al vele jaren geconfronteerd wordt met de specifieke problematiek van beheer en behoud van historische binnenruimten.
In het dubbelinterview tussen Eloy Koldeweij, interieurspecialist bij de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (voortgekomen uit de fusie in 2006 tussen de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek) en Jaap van der Burg, directeur van Helicon, wordt gepleit voor meer aandacht voor het historisch interieur.
Bij restauraties van historische huizen of museumhuizen wordt vaak meer aandacht besteed aan het exterieur dan aan het interieur. Soms houdt de restauratie-architect nog wel rekening met de originele wandbespanning, maar aan het ensemble waarin het meubilair een essentiële rol vervult, wordt nauwelijks aandacht besteed. Meestal door gebrek aan geld, maar ook door het ontbreken van deskundigheid. Een objectrestaurator heeft een specifieke vakopleiding genoten, een interieurrestaurator is vaak een ambachtsman, die geen restauratieopleiding gevolgd heeft. Bij objectrestauraties worden keurig standaardreportages (met fotografische vastlegging) gemaakt, die bij interieurrestauraties helaas vaak ontbreken. Daardoor is later niet meer na te gaan welke werkzaamheden zijn uitgevoerd. Herstel van de oorspronkelijke situatie wordt daardoor ernstig bemoeilijkt.
Daar komt bij dat interieurrestauratie complex is en gefragmenteerd wordt uitgevoerd.
Eloy Koldeweij: "Er is een enorme gevarieerdheid aan materialen, de verwerking en het gebruik ervan. Je hebt te maken met uiteenlopende klimatologische omstandigheden, het dragend materiaal, geschilderde afwerkingen en de wijze waarop al deze materialen ten opzichte van elkaar reageren. Je hebt dus veel (praktijk-)kennis nodig om te begrijpen waarom iets is zoals het is".
In Nederland bestond tot voorkort geen all-round 'historisch interieur-opleiding'. Daarin lijkt verandering te zijn gekomen met de nieuwe masteropleiding Cultureel Erfgoed aan de Universiteit van Amsterdam, waarin de Stichting Restauratie Atelier Limburg (SRAL) is opgenomen. Het SRAL in Maastricht leidde binnen de studierichting ‘Binnenruimten’ studenten op die gespecialiseerd waren in de behandeling van beschilderde en gedecoreerde oppervlakten: kleuronderzoek, muur- en plafondschilderingen, geschilderde behangsels, goudleer en papieren behangsels. Andere aspecten kwamen daarbij niet aan bod.
Binnen de erfgoedopleiding lijkt een meer brede kennis over historische interieurs te worden uitgedragen. Dat is bemoedigend. Het is alleen jammer dat er in de opleiding geen aandacht wordt besteed aan technische installaties (zoals voor klimaatbeheersing en verwarming) waarmee vrijwel iedere interieurrestaurator in de praktijk geconfronteerd wordt.
Er valt nog veel missiewerk te verrichten om beheerders en bewoners van historische huizen bewust te maken van het belang van het behoud van historische interieurs. Gelukkig begint men dat van overheidswege ook te realiseren. De Raad voor Cultuur heeft in de nota Stelseldiscussie Monumentenzorg expliciet gevraagd om meer aandacht voor het historisch interieur. De succesvolle Manifestatie Historisch Interieur, die in 2001 door het ICN en de toenmalige Rijksdienst voor Monumentenzorg werd georganiseerd, heeft daarop ongetwijfeld invloed gehad. Ook het in datzelfde jaar opgerichte ICOM Comité voor Historic Houses – dat niet in het artikel vermeld wordt – heeft een positieve bijdrage geleverd aan de (internationale) bewustwording bij de museumcollega’s.
Maar er moet meer gebeuren. Jaap van der Burg pleit voor het opzetten van een centrale database op Internet, van kennis en ervaringen die te maken hebben met beheer en behoud van het historisch interieur. Een openbare site waar iedereen zijn kennis en ervaringen kan delen.
Volgens Eloy Koldeweij is dat niet voldoende. Er is een beduidend grotere task force nodig om de kennis op niveau te krijgen, om kennis te bundelen, methoden te ontwikkelen. Koldeweij: "We hebben veel meer kundige spelers nodig, want het aantal interieurhistorici is op één hand te tellen".
Een positieve ontwikkeling was dit betreft is de interieurwacht, die de Monumentenwacht in Noord-Brabant heeft ingesteld. In Cr wordt de eerste interieurwacht geinterviewd. Harrie Schuit volgde de opleiding hout- en meubelrestauratie aan het ICN en de masteropleiding Toegepaste Kunst aan de Universiteit in Leiden. Deze interieurhistoricus rijdt in een auto door de provincie en inspecteert historische interieurs, die ouder zijn dan vijftig jaar, in kerken, landhuizen, raadhuizen, woonhuizen en bedrijfspanden.
Een belangrijk initiatief dat navolging verdient in andere provincies.
Cr, jaargang 8, herfst 2007 (red. H. Fuhri Snethlage) is te bestellen bij: Redactie Cr, postbus 76709, 1070 KA Amsterdam, mail: cr@spcr.nl
Marie Christine van der Sman
