Brand toont belang van risico-analyse en calamiteitenplan aan

23 oktober 2007

Op 22 oktober werden we opgeschrikt door de onvoorstelbare brand die in een mum van tijd het Armando Museum in Amersfoort in de as legde. De vragen die ons bezighouden zijn: had dit kunnen worden voorkomen als er een calamiteitenplan was geweest en had een Sprinklerinstallatie in de houten kap van de 19de-eeuwse Elleboogkerk - waar het museum gehuisvest is - de brand in de kiem kunnen smoren? 

Het was een enorme slag. Vooral voor museumdirecteur G. de Kleijn, die de pers moedig te woord stond toen hij meldde dat een groot deel van het oeuvre van Armando (1929), één van de belangrijkste kunstenaars van na de Tweede Wereldoorlog, met de gehele collectie bruiklenen van de tentoonstelling ‘In het woud- op zoek naar betekenis’ verbrand was. In de expositie bevond zich werk van onder andere Albrecht Dürer, Hercules Segers, Andreas Schelfhout, Anselm Kiefer en Richard Long uit de collecties van ondermeer Boymans Van Beuningen en Museum Bredius. Onvervangbaar werk en van onschatbare waarde. De schade loopt in de miljoenen. De werken zijn allemaal verzekerd, maar dat verzacht te pijn op geen enkele manier. 

De vragen die we naar aanleiding van deze ramp stellen zijn de volgende:

1. Had de ramp voorkomen kunnen worden als er een grondige risico-analyse van het gebouw en de collecties gemaakt was en naar aanleiding daarvan een calamiteitenplan? Waarschijnlijk wel. In elke goede risico-analyse staat het advies dat men tijdens verbouwingen extra alert moet zijn. De meeste museumrampen (diefstal, brand) vinden plaats tijdens opknapbeurten van panden. Dat lijkt ook in Amersfoort het geval te zijn geweest. In een calamiteitenplan zou in ieder geval aandacht besteed zijn aan Bedrijfshulpverlening (BHV, hulp aan mensen) en Collectiehulpverlening (CHV, evacuatieplan voor collectie). In zo’n plan worden ook afspraken met de plaatselijke brandweer gemaakt over een snelle alarmopvolging en met salvage bedrijven, die na een ramp snel ter plekke kunnen zijn om eerste hulp te bieden aan de collectie.

2. Had een Sprinklerinstallatie de ramp kunnen beperken?
De discussie hierover laait weer hoog op. Critici zeggen dat de waterschade die een Sprinklerinstallatie aanricht bij schilderijen, tekeningen en prenten bijna net zo groot is als de brand zelf (Sjarel Ex). Voorstanders van het gebruik van Sprinklerinstallaties (Ton Cremers en ondergetekende) zijn overtuigd van het feit dat een Sprinkler in zeer korte tijd de haard van de brand dooft en daarmee ergere schade kan voorkomen. (Daarover zal Ton Cremers voor MuseumService een redactionele bijdrage leveren). 

Wist u overigens dat de Mondriaan Stichting het maken van een risico-analyse voor 100% vergoedt? www.mondriaanfoundation.nl

Meer lezen: Marja Peek en Ton Cremers, Handleiding voor het maken van een calamiteitenplan voor collectiebeherende instellingen. ICN, Amsterdam 2003 (ISBN 90-72905-50-4) www.icn.nl

Marie Christine van der Sman