Kamerdebat over Kunst van Leven
08 oktober 2007
Op 2 oktober werd in de Tweede Kamer gedebatteerd over de nota Kunst van Leven, waarin de hoofdlijnen voor het cultuurbeleid 2009 t/m 2012 geformuleerd zijn.
Deze notitie is de agenda voor het cultuurbeleid in de komende jaren. In het eerste deel geeft Minister Plasterk zijn visie op kunst, cultuur & media. In deel twee schetst hij de verantwoordelijkheidsverdeling tussen minister en cultuurfondsen, de aanvraagprocedure 2009-2012 en de inrichting van de visitatieprocedure.
Tijdens Prinsjesdag werd de cultuurbegroting 2009 gepresenteerd. Daarin stond een aantal onduidelijkheden. Aan de kunst- en cultuurinstellingen had Plasterk eerder dit jaar een compromisvoorstel gedaan. In plaats van de bezuiniging van € 50 miljoen op basis van het cultuurproftijtbeginsel (Regeerakkoord) zou er € 10 miljoen op cultuurproducerende instellingen worden bezuinigd. Daarnaast zou € 15 miljoen geïnvesteerd worden om de sector in staat te stellen meer eigen inkomsten te verwerven.
Het beloofde investeringsbedrag was nergens terug te vinden. Wel werd een korting van 3 % op cultuurproducerende instellingen in de basisinfrastructuur - waar de voormalige rijksmusea onder vallen -aangekondigd.
Vier moties werden ingediend, waarvan alleen de motie van Van Leeuwen (SP) en Van der Ham (D’66) werd aangenomen. Daarin wordt minister Plasterk verzocht vóór 1 november duidelijkheid te geven over de verdeling van het meerjarige cultuurnotabudget.
De drie moties waarin de geografische spreiding van de cultuurnotagelden centraal staat, zijn aangehouden. In deze moties wordt geconstateerd dat er sprake is van een scheve verdeling van rijksmiddelen voor kunst en cultuur, die geen recht doet aan de artistieke kwaliteit van de regio en de toegankelijkheid van het aanbod. De meerderheid van de Kamer wil het criterium geografische spreiding verankeren in de opdracht aan de fondsen. Dit komt aan de orde tijdens de begrotingsbehandeling op 19 november a.s.
