Arnhem is een interessante keuze voor de vestiging van het NHM
20 juli 2007
Als het over het Nationaal Historisch Museum in Arnhem gaat, dan is één van de meest in het oog springende onderdelen van het ontwerp van Francine Houben (Mecanoo Architecten Delft) een galerijenindeling in zes lagen. De 50 canonvensters zijn chronologisch, vanaf de Prehistorie en Romeinse tijd tot aan het heden, over vijf gestapelde verdiepingen verdeeld. Vanaf de galerijen kijk je terug naar het verleden, maar je kunt niet naar de toekomst kijken. Op de zesde galerij, waar zich een radio- en tv-studio en uitzendtoren bevinden, heeft men een spectaculair zicht op de vijf lagen geschiedenis en een prachtig uitzicht over de Veluwe.
Het is deze ruimtelijke visie op geschiedenis en de manier waarop historie en erfgoed museologisch en educatief zichtbaar en voelbaar kunnen worden gemaakt - bijvoorbeeld met de inzet van “signaalobjecten” bij elk canonvenster - die het plan van Arnhem zo goed maken. Dit plan, geschreven door museumprofessionals en historici, kan al over drie jaar gerealiseerd zijn (investeringskosten: € 50 miljoen; exploitatiekosten: € 12 miljoen per jaar).
De museologische en cultuurhistorische input van het Arnhemse ontwerp ontbreekt vrijwel geheel in de plannen van Amsterdam, Den Haag, Almere en Utrecht. Daar worden wel aanlokkelijke architectonische schetsen getoond op prachtige lieux de mémoire (aan het Museumplein, aan het Binnenhof, op een schip in Almere-stad of naast de Domtoren), echter zonder dat de inhoud van het museum zelf aan bod komt. De samenstellers komen niet veel verder dan mooie plaatjes en de vermelding dat de Canon van Van Oostrom als leidraad moet gelden. Verder moet de museale opstelling vooral ‘uitdagen, prikkelen en nieuwsgierig maken’ en bezoekers de geschiedenis laten 'ervaren en beleven’. Trefwoorden die opvallend vaak zonder verdere inhoudelijke invulling gedropt worden in stukken over museumbeleid of herinrichtingsplannen. In het Haagse plan wordt bijvoorbeeld melding gemaakt van een museum dat 'de geschiedenis van politiek en democratie moet visualiseren'. De lezer zoekt tevergeefs naar een nadere uitwerking van dit streven.
In het Arnhemse ontwerp is nagedacht over inhoud, inzet van erfgoed, museale en educatieve concepten en over de doelgroepen (niet alleen jeugd, maar vooral ook gezinnen en “nieuwe Nederlanders”). Bovendien zijn per verdieping (tijdsvak) internationale voorbeelden gezocht. Als inspiratie voor de vijfde galerij (20ste eeuw) is bijvoorbeeld de filmische enscenering van de Flanders Fields in Ieper gekozen, waar een reconstructie van de Eerste Wereldoorlog is te zien. Arnhem wil nadrukkelijk ook aandacht aan sociale geschiedenis (history from below) besteden en tentoonstellingen organiseren rond actuele thema’s als globalisering, zinloos geweld en energieschaarste.
‘Geschiedenis gaat niet alleen over grote namen en belangrijke gebeurtenissen,maar ook over processen die zich soms over eeuwen uitstrekken (zoals verstedelijking, mechanisering, natievorming, mondialisering etc.). En geschiedenis gaat óók over gewone mensen, die misschien niet vaak subject, maar wel altijd object van de geschiedenis zijn geweest. En geschiedenis gaat niet alleen over vroeger. Ze wordt vandaag geschreven - met het oog op morgen.’ (Nationaal Historisch Museum Arnhem, 2007)
Ook is de synergie die verwacht wordt van de samenwerking met het Nederlands Openluchtmuseum (NOM) - de intellectuele eigenaar van het project - een sterk punt.
Niet alleen door de inzet van inhoudelijke en museale expertise van de stafmedewerkers van het NOM of het gebruik van museale objecten uit het Nationaal Netwerk Historische Musea -waar het NOM deel van uitmaakt -, maar ook wat betreft de logistiek. In het HollandRama (de entreehal van het NOM) kan een panoramatheater-voorstelling over Migratie worden getoond. In een ondergrondse gang, de zogenaamde “Gang van je voorouders”, die het NHM verbindt met de entreehal van het NOM kunnen bezoekers op weg daar naartoe hun eigen familiegeschiedenis genealogisch uitpluizen.
De kwaliteit van het Arnhemse plan vraagt om een “kwartiermaker” die op z'n minst een cultuurhistorisch geschoolde museumprofessional is. Hij of zij moet in staat zijn om de nationale geschiedenis te visualiseren in een aansprekend museaal verhaal.
Meer lezen over de discussies rond het NHM: www.nationaalhistorischmuseum.nl
