Verslag informatiebijeenkomst over subsidiestelsel
17 juli 2007
Op 6 juli organiseerde het Ministerie van OCW samen met Kunsten ’92 in de Stadsschouwburg in Utrecht een goed bezochte informatiebijeenkomst over het nieuwe subsidiestelsel. In het kort komt het erop neer dat instellingen die overheidssubsidie voor de periode 2009 t/m 2012 willen ontvangen bij twee loketten terecht kunnen: bij één van de acht cultuurfondsen - voor de museale sector is dat de Mondriaan Stichting - en bij de minister van OCW voor vier- of langjarige subsidies. De subsidieronde opent 1 november a.s. en sluit op 1 februari 2008 (aanvraagprocedure via www.cultuursubsidie.nl)
In de periode daarna beoordelen de Raad voor Cultuur en de fondsen de aanvragen. In mei en juni 2008 is er overleg met de steden over gecombineerde aanvragen en op 16 september zijn de beschikkingen gereed.
Om voor directe subsidiëring door het ministerie in aanmerking te komen moet de instelling binnen één van de vier functies te vallen:
1. Instandhouding; voor de categorie musea zijn dat de musea met een rijkscollectie.
2. Ontwikkeling; instellingen met een innovatieve infrastructuur of presentatie-instellingen op het gebied van de beeldende kunst.
3. Internationaal Platform; één platform per discipline (OCW deed expliciet een oproep voor ideeën voor een platform ‘ontwikkeling en onderzoek vormgeving’).
4. Ondersteuning in sectorinstituten.
Het is niet mogelijk om bij twee loketten tegelijk subsidie aan te vragen. OCW beoordeelt zelf of een subsidie-aanvraag, die bij de minister is ingediend, niet beter bij een fonds kan worden aangevraagd (met behulp van een zogenaamde ontvankelijkheidstoets). De aanvraag wordt dan automatisch doorgeschoven. Aanvragen op het terrein van cultuureducatie of amateurkunst worden overgedragen aan het nieuwe ‘Participatiefonds’, dat op 1 januari 2009 in werking moet treden.
J. van Kranendonk, directeur-generaal Cultuur en Media van het Ministerie van OCW, lichtte de vijf thema’s voor ‘de cultuuragenda 2009 t/m 2012’ toe. Deze zijn gepubliceerd in de notitie Kunst van Leven. Hoofdlijnen cultuurbeleid. Deze notitie is een reactie op het advies van de Raad voor Cultuur Innoveren, participeren! De vijf thema’s zijn:
1. Ruimte voor de top: excellentie. Daarbij is de gedachte dat talent de ruimte moet krijgen om te bloeien. Binnen het internationaal cultuurbeleid zal meer aandacht worden besteed aan uitwisseling van experts en van kennis uit topinstellingen.
2. Innovatie en e-cultuur. Cultuur levert een bijdrage aan de innovatie van Nederland. Digitalisering en medialisering vergroten deze bijdrage. De minister wil digitaliserings- en nieuwe media-programma’s ondersteunen, alsmede samenwerking tussen sectoren en vergroting publiekbereik door e-cultuur.
3. Cultuurparticipatie, met veel aandacht voor amateurkunst en cultuureducatie. De minister beschouwt een brede culturele basis als voorwaarde voor de ontplooiing van talent. Dit is uitgewerkt in een 10-puntenplan, met als uitgangspunt dat iedere jongere tot 18 jaar actief of passief vertrouwd dient te raken met één of meer kunstvormen. Dit plan is de opvolger van het Actieplan Cultuurbereik en Cultuur en School. De uitvoering ervan wordt gerealiseerd door een nieuw ‘programmafonds cultuurparticipatie’. Een van de punten (nummer 6) is het gratis toegankelijk maken van de circa 440 geregistreerde musea voor kinderen tot en met twaalf jaar. Zo wil de minister bevorderen dat in het gehele land museumbezoek voor het basisonderwijs aantrekkelijk wordt. Als nummer 9 wordt de oprichting van een Nationaal Historisch Museum genoemd. Dit museum moet een breed publiek een overzicht bieden van de geschiedenis van Nederland, op basis van de Canon.
Voor het verbeteren van de cultuureducatie heeft OCW voor de komende regeringsperiode
€ 100 miljoen extra uitgetrokken.
4. Mooier Nederland. Nederland is een artefact, een door de mens gemaakt kunstwerk. Het land kan echter nog mooier worden; door de bestaande kwaliteit te respecteren en de ruimte te verrijken met ontwerpen van de eenentwintigste eeuw. Het Ministerie streeft een ambitieus architectuurbeleid en modernisering van de monumentenzorg na.
5. Een sterke cultuursector, die verankerd is in de maatschappij, is een voorwaarde voor een bloeiend cultureel leven. Daarbij is de eigen kracht het uitgangspunt om verbindingen met andere maatschappelijke sectoren te leggen en meer eigen inkomsten te kunnen genereren.
Van Kranendonk benadrukte dat er nog geen begrotingsindeling is. Zij meldde wel dat het thema ‘internationale programmering’ hoog op de prioriteitenlijst staat en waarschijnlijk op extra geld kan rekenen.
Vanuit de zaal kwam de vraag of het in de toekomst nog mogelijk is om naast structurele subsidie ook nog projectsubsidies, bijvoorbeeld bij de Mondriaan Stichting, aan te vragen. In principe is dat binnen het nieuwe stelsel niet meer mogelijk. Binnen de structurele subsidie komt ruimte voor ‘innovatiegeld’ voor projecten. OCW wil het aantal loketten waar nu subsidies worden aangevraagd sterk reduceren.
H. Hofmeijer, directeur van de Vereniging voor Rijksgesubsidieerde Musea, stelde de vraag waarom de voormalige rijksmusea alsnog subsidie-aanvragen voor de komende vier jaar moeten indienen terwijl al is toegezegd dat ze voor langdurige subsidie in aanmerking komen. A. Bersee, directeur Cultureel Erfgoed van OCW, antwoordde dat de subsidie-aanvragen het uitgangspunt vormen waarop de Raad voor Cultuur een beslissing kan nemen. Bovendien zijn er geen visitatiegegevens van rijksmusea beschikbaar. Deze visitatiegegevens zijn nodig om de prestatieafspraken tussen rijk en musea te kunnen formuleren.
Hofmeijer legde uit dat de rijksmusea een zelf-evaluatiesysteem hebben bedacht dat binnenkort in praktijk zal worden gebracht. Zij stelde bovendien dat visitaties tot nu toe nooit het uitgangspunt zijn geweest voor het bepalen van de hoogte van de subsidies.
Uit deze discussie blijkt dat er nog veel onduidelijk is en er meer met de sector moet worden gecommuniceerd voordat het nieuwe subsidiestelsel in werking kan treden. Kunsten ’92 heeft aangekondigd om na Prinsjesdag weer een bijeenkomst aan dit onderwerp te zullen wijden. Dat voornemen kon op algehele instemming vanuit de zaal rekenen.
