Strijd om plaats Nationaal Historisch Museum

17 juni 2007

Minister Plasterk (Cultuur, PvdA) houdt vast aan zijn voornemen om alleen de steden Amsterdam, Arnhem en Den Haag mee te laten dingen naar de vestiging van het nieuwe, Nationaal Historisch Museum (NHM). Voor het plan is 12 miljoen euro per jaar beschikbaar. Eind juni valt de beslissing.

Dit heeft hij 6 juni aan de Tweede Kamer laten weten. Dat betekent dat andere steden zich de laatste weken tevergeefs hebben gemanifesteerd als alternatief. Zijn besluit stuit op kritiek van onder andere Nijmegen en Utrecht, die ook plannen hebben voor het museum. Een aardige variant op het gekissebis over de locatie kwam van de kant van wethouder Paul Jonas (Cultuur, SP) van de gemeente Leiden die van mening is dat het NHM niet in één gemeente moet worden gebouwd, maar als een soort reizende reeks tentoonstellingen door Nederland moet toeren.  

Van de drie genomineerde steden is Arnhem het verst in de uitwerking van het plan voor NHM. Jan Vaessen, directeur van het Nederlands Openluchtmuseum, heeft laten weten dat wat hem betreft het museum over vier jaar geopend kan worden in het bosgebied tussen het Nederlands Openluchtmuseum (NOM) en Burgers'Zoo aan de noordzijde van Arnhem. Architect Francine Houben van Mecanoo in Delft, die eerder verantwoordelijk was voor de bouw van de nieuwe entreehal van het NOM, heeft in zeer korte tijd een ontwerp gemaakt voor het NHM in Arnhem. Over de inhoud van het NHM laat Vaessen nog niet veel los. Het wordt een “belevingsmuseum”. Het bestaat niet alleen uit presentaties, maar ook uit theater, muziek en dans in een volledig multimediale omgeving. De bezoeker kan letterlijk “in de geschiedenis stappen”. Kosten: tussen de € 50 en € 60 miljoen.

 

Maar ook Den Haag en Amsterdam laten zich niet onbetuigd.

Den Haag presenteert vier locaties met schetsen – die overigens op geen enkel inhoudelijk plan van aanpak zijn gebaseerd – van verschillende architecten, waaronder Liesbeth van der Pol en Rem Koolhaas, voor een Nationaal Historisch Museum. De hofstad heeft de ambitie om het NHM figuurlijk en letterlijk te verbinden met het Binnenhof, het hart van de Nederlandse geschiedenis en de Nederlandse actualiteit. Daarbij vormt de ‘Canon van Nederland’ (van de Commissie van Oostrom) het inhoudelijke uitgangspunt voor de ‘Vensters op het verleden’, zoals het programma van het nieuwe museum gaat heten. Het museum moet niet alleen tentoonstellingen en publiekspresentaties maken, maar ook een debatcentrum zijn voor geschiedenis en politiek.

 

Amsterdam heeft echter een belangrijke troef in handen. Alle vier grote musea, het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum, het Amsterdams Historisch Museum en het Stedelijk Museum ondersteunen de kandidatuur van Amsterdam als locatie voor het museum. Dat kan in ieder geval niet gezegd worden van Den Haag, waar instellingen met argusogen naar de nieuwe concurrent kijken. Amsterdam stelt een museum voor aan het Museumplein, als afsluiting van de carré: Rijksmuseum, Van Goghmuseum en Concertgebouw. Dit NHM moet een overzicht geven van de 50 belangrijkste momenten uit de Nederlandse geschiedenis.

 

Het Rijksmuseum heeft overigens toegezegd ook bereid te zijn voorwerpen uit zijn depots uit te lenen aan het toekomstige Nationaal Historisch Museum als Amsterdam deze nieuwe instelling niet krijgt toegewezen. Dat biedt weer perspectieven voor de andere twee locaties.

Eind juni zal Minister Plasterk de knoop doorhakken en de nieuwe vestigingsplaats bekend maken.