Internet en gestolen maskers uit Zimbabwe

18 april 2007

Diefstallen en andere incidenten in musea worden uitgebreid vermeld en gegevens worden door 1500 deelnemers uit 85 landen uitgewisseld. De teruggave van gestolen kunst is een gunstig bijeffect.

Een mooi voorbeeld is de recuperatie van een aantal maskers uit Zimbabwe.
Het verhaal gaat als volgt. In juni 2006 werden de maskers op klaarlichte dag gestolen uit de National Gallery in Harare, Zimbabwe. De directeur van de National Gallery, Doreen Sibanda, zocht contact met het Museum Security Network, locale autoriteiten en Interpol in Lyon (Frankrijk). In november 2006 werd Ton Cremers benaderd door een Amerikaanse verzamelaar van Afrikaanse antiquiteiten. Iemand had hem objecten aangeboden die leken op de voorwerpen die op de MSN-website gepubliceerd waren. De verkoper uit Polen bleek de dief te zijn en kon in de kraag worden gevat. De voorwerpen werden vervolgens aan het museum geretourneerd. De goede samenwerking tussen leden van het Zimbabwaanse-Amerikaanse-Nederlandse-Poolse netwerk wierp zo z’n vruchten af.

Ondanks dit succes waarschuwt Ton Cremers in het artikel Theft, the Internet and Museum Objects: Threats and Opportunities (ICOM-News, 2006-4, pag. 4) ook voor de nadelen van het gebruik van Internet door musea. Doordat musea collectiecatalogi integraal op websites plaatsen kunnen dieven eenvoudig hun boodschappenlijstjes samenstellen. Outsiders worden op die manier insiders. Aan de andere kant kan Internet musea ondersteunen bij het terugvinden van hun gestolen voorwerpen. Het is alleen jammer dat databases van gestolen voorwerpen nog niet aan elkaar gelinkt of publiek toegankelijk zijn. Het gedupeerde museum wordt het volgende geadviseerd: aangifte doen bij de politie, de gegevens op Internet publiceren en zorgen dat relevante mailinglijsten voorzien worden van de juiste informatie.
Desondanks blijkt het in de praktijk moeilijk om gesloten voorwerpen terug te krijgen als de objecten niet geregistreerd of gemerkt zijn volgens de Object ID-standaard, zelfs als de “nieuwe eigenaar” getraceerd is.

De Nederlandse overheid is ook overtuigd geraakt van de noodzaak van een goede registratie van gestolen kunst- en cultuurvoorwerpen en het delen van kennis rond beveiliging. Daartoe zijn de volgende projecten opgezet:

- Databank gestolen cultuurgoederen
Ministerie van Binnenlandse Zaken en OCW financieren de opzet van een nationale databank voor gestolen cultuurgoederen die in 2007 operationeel wordt (www.minocw.nl)
- Database Incidentenregistratie Cultureel Erfgoed (DICE). Bij de Koninklijke Bibliotheek loopt een pilotproject waarbij alle incidenten, bijvoorbeeld diefstal, brand- of waterschade, die plaatsvinden bij erfgoedinstellingen als musea, bibliotheken, archieven en monumenten worden geregistreerd. Met deze informatie kunnen collega-instellingen sneller veiligheidsmaatregelen nemen. Het is de bedoeling dat DICE in 2007 landelijk wordt ingevoerd (www.erfgoedincidenten.nl
- Kenniscentrum Veiligheid Cultureel Erfgoed. Dit jaar komt er een kenniscentrum Veiligheid Cultureel Erfgoed. Dit centrum krijgt als taak het bundelen, actueel houden, toetsen en (digitaal) toegankelijk maken van kennis en informatie op het gebied van de veiligheid van het cultureel erfgoed. Plaats: Koninklijke Bibliotheek. OCW is opdrachtgever (www.minocw.nl)