Projectbureau Gideon / Paul van Royen

Projectbureau Gideon / Paul van Royen

Antonie Duyckstraat 23
2582 TB Den Haag
T 070–3545953
E

Management:

Onderzoek:

Projectbureau Gideon (Paul van Royen) adviseert, doet onderzoek (o.a. nul- en éénmetingen) en interim opdrachten (directie, management) voor bibliotheken, archieven en musea.

 

Projecten

  • éénmeting collectie Museum Boijmans Van Beuningen (Rotterdam)
  • advies gemeente Brummen Voorst bibliotheekwerk
  • eindredacteur GeschiedenisBeleven.nl
  • algemeen directeur ad interim Museum voor Religieuze Kunst (Uden)
  • directeur ad interim Idea (Kunstencentrum, Bibliotheek, Theater) (Soest)
  • opzet en hoofd ad interim van nieuwe gemeentelijke afdeling voor Toerisme, Evenementen, Cultuur en Sport (Hellevoetsluis)
  • advies Provincie Zuid-Holland inzake steunpunt voor molens
  • ontwikkeling collectiebeleid Bibliotheek Zuid-Holland Zuid-Oost
  • directeur ad interim afdeling Stedelijke Musea Zutphen (Museum Henriette Polak en Stedelijk Museum)
  • interim management provinciale bibliotheekcentrale Noord-Brabant (Tilburg)
  • procesbegeleiding fusie bibliotheken
  • visieontwikkeling Kenniscluster Rijnboogproject Arnhem
  • advisering Provincie Noord-Holland inzake wetenschappelijke steunfunctie openbare bibliotheken
  • advisering collectiebeleid Bibliotheek Almere

Het Museum voor Religieuze Kunst te Uden – een pittig klusje

17 apr 2011

Het Museum voor Religieuze Kunst staat in Uden, ten oosten van ’s-Hertogenbosch en maakt deel uit van een abdij die nog steeds wordt bewoond, door de Zusters Birgittinessen. Het complex ligt schitterend en ademt de sfeer die de kenner en de niet-kenner van het katholieke geloof zal aanspreken.
Rond het museum is de laatste jaren veel te doen geweest. Er waren plannen ontwikkeld om het museum aanmerkelijk uit te breiden. Immers, in toenemende mate werden kerken en kloosters gesloten en kwam steeds meer religieus erfgoed op straat te staan. Het Museum voor Religieuze Kunst ziet het als zijn taak dit erfgoed onderdak te bieden. De plannen waren echter te ambitieus en een succesvolle exploitatie was zo onzeker dat het geloof in de goede afloop van deze onderneming langzaam afbrokkelde. De nieuwbouw ging niet door.
Daarna en daardoor raakte het Museum voor Religieuze Kunst in een ‘neerwaartse spiraal’, hetgeen geen verbazing hoeft te wekken na zo’n langdurig proces van plannen maken zonder het gewenste resultaat te bereiken. De levensvatbaarheid van het Museum werd betwist en volgens sommige partijen zou het het beste zijn het Museum of rechtstreeks over te plaatsen en te integreren met het Noord-Brabants Museum in ’s-Hertogenbosch of in elk geval een verregaande samenwerking daarmee te zoeken. Voor een zelfstandig Museum in Uden was, zo oordeelden diverse partijen, geen plaats.
Daarop kwam de bevolking van Uden in opstand. Het Museum mocht niet weg, nu niet en nooit niet. In 2009 besloot de Provincie Noord-Brabant, die zich het lot van het Museum voor Religieuze Kunst begrijpelijkerwijs aantrok, geld ter beschikking te stellen om een bedrijfsplan voor het Museum voor Religieuze Kunst te laten maken, een plan dat voldoende aanknopingspunten zou bieden om het voortbestaan van het Museum te rechtvaardigen en daadwerkelijk mogelijk te maken. De Gemeente Uden zorgde voor een plan van aanpak. Er zou een algemeen directeur a.i. worden aangetrokken die de bedrijfsvoering van het Museum ter hand zou nemen en er zou op 1 oktober 2010 een bedrijfsplan gereed moeten zijn dat kon rekenen op de steun van het Bestuur van het Museum, de Gemeente Uden, het Bisdom van ’s-Hertogenbosch, de Provincie Noord-Brabant en (bij voorkeur ook) het Noord-Brabants Museum. Want dat er gezocht moest worden naar een versterking van de existentiële basis van het Museum voor Religieuze Kunst door het aangaan van samenwerkingsverbanden met andere partijen, stond als een paal boven water.
Het Museum is namelijk een klein museum, met een kleine staf, een beperkt budget, een de afgelopen jaren teruglopend aantal betalende bezoekers, maar een legioen van enthousiaste en betrokken vrijwilligers. Toen ik op 1 maart 2010 aantrad als algemeen directeur a.i. , werd me vrij snel duidelijk dat er heel wat meer voetangels en klemmen waren dan ik op basis van de eerder verkregen informatie al vermoedde.
Inmiddels zijn we een jaar verder. Het Museum voor Religieuze Kunst heeft een bedrijfsplan dat de steun heeft van alle partijen op één na – het Noord-Brabants Museum. Dat museum wilde fusie en daarvoor waren de geesten nog niet rijp. Jammer, maar niet onoverkomelijk. Het Museum kan zich ook verzekeren van een voortbestaan in de toekomst door met andere partijen, op lokaal, regionaal en provinciaal niveau, samen te werken. En dat doet het.
Gelijk met het maken van het bedrijfsplan werd alles op alles gezet om de bedrijfsvoering van het Museum voor Religieuze Kunst efficiënter in te richten. De vrijwilligers werden nog meer bij de organisatie betrokken. Bijna elk aspect van de museale bedrijfsvoering (van financiën tot personeel) werd tegen het licht gehouden en ingrijpend aangepakt. In een jaar tijd kun je een heleboel, maar niet alles. De grote lijnen zijn uitgezet. Voor de belangrijkste onderdelen van de bedrijfsvoering (financiën, secretariaat, administratie, archief, bibliotheek) is een nieuwe start gemaakt. De banden met de buitenwereld zijn aangehaald. Er zijn diverse plannen in de maak. De cultuur van splendid isolation heeft plaats gemaakt voor een coöperatieve, open en constructieve opstelling.
Sinds 1 januari heeft het Museum voor Religieuze Kunst een nieuwe directeur, Frederieke Jeletich. Onder haar bezielende leiding gaat het Museum voort op de ingeslagen weg. Het Museum voor Religieuze Kunst is van ver gekomen, is door het oog van de naald gekropen en lijkt nu aan het begin te staan van een nieuwe fase in zijn ontwikkeling.

Paul van Royen